Showing posts with label Wallonië. Show all posts
Showing posts with label Wallonië. Show all posts

Saturday, March 01, 2008

Het komende referendum over België


Binnen enkele dagen liggen de verkiezingen van 10 juni 2007 precies 9 maanden achter ons. De politieke klasse is echter nog steeds niet van een compromis die naam waardig bevallen. Hoewel er na een “regering van lopende zaken” en een “interim-regering” nu er een akkoord is dat Yves Leterme een regering mag gaan leiden vanaf Pasen, lijkt de regering Leterme I niet veel meer te zullen worden dan een nieuwe interim-regering. Op het eerste zicht lijkt de reden daarvoor het feit dat de Vlaams-nationalisten van de N-VA weigeren om Leterme het vertrouwen te geven, maar eigenlijk zit het probleem veel dieper. Er is een fundamenteel wantrouwen tussen de Vlaamse en de Franstalige politieke klasse. Dat komt doordat er een fundamenteel cultureel verschil is tussen de beide landsdelen.

Liberalen staan vaak afkerig tegenover begrippen als “culturele identiteit” en “volk”. Nochtans is dat niet nodig. Het filosofisch individualisme dat liberalen huldigen is niet meer dan een radicale variant van het nationalisme. Waar nationalisten respect voor eigenheid willen laten eindigen op het niveau van volk of cultuurgemeenschap, gaan liberalen veel verder. Zij willen dat volkeren en culturen met respect bejegend worden, maar vinden dat ook kleinere entiteiten respect verdienen, zoals vrijwillige verenigingen of ondernemingen. Corporatisme en betutteling wijzen zij af. Zelfs de allerkleinste entiteit in de natuur, het individu, verdient respect, en volgens sommige anarcholiberalen zelfs het meest absolute respect, in die zin dat niets de vrijheid van een individu in de weg mag staan, tenzij natuurlijk de vrijheid van een ander individu.

Liberalen als radicale nationalisten: het zal menig liberaal wel even doen slikken, en dat komt natuurlijk door de geschiedenis, waar nationalisten terechte verzuchtingen naar erkenning van volkeren en culturen hebben aangegrepen om individuen daarbinnen op te sluiten. Echter zou het deel uitmaken van een volk niet mogen betekenen dat men daarom een ander volk zou moeten misprijzen, of meer nog, dat men er niet tegelijk deel van zou kunnen uitmaken. Gelukkig huldigen de meeste hedendaagse nationalisten eveneens het liberale individualisme als filosofie, toch in ruime mate.

De Belgische staat wordt meer en meer een constructie die, los van alle toevallige persoonlijkheden of stromingen in de partijpolitiek, onder druk staat. Wellicht heeft dit veel te maken met het bestaan van de Vlaamse overheid, die als een concurrerende entiteit wordt ervaren. Bovendien is de Belgische staat als het ware besmet door haar geschiedenis, waar het adagium “La Belgique sera latine ou ne sera pas” als een rode draad doorheen loopt.

Hoewel er bij Franstaligen een zekere ongerustheid is over een België dat zou evolueren naar een “état belgo-flamande” herkent men zich daar toch veel meer in België. Men zou kunnen zeggen dat België het land is dat achter de taalgrens ligt.

De Vlamingen zijn geëmancipeerd en willen de laatste stap zetten in hun emancipatieproces, en dat is afrekenen met België. De partijpolitieke vertaling daarvan is slechts de allerlaatste stap van een proces dat zich sinds wereldoorlog I voordoet in ons land. Yves Leterme heeft door het spelen van de nationalistische kaart zijn partij weer op de rails gezet, en het leidt weinig twijfel dat indien hij dat niet had gedaan, die Vlaamse stemmen hun weg hadden gevonden naar een andere partij. Misschien wel Vlaams Belang, of Lijst Dedecker, of een nieuwe partij. Evenzeer heeft Joëlle Milquet haar op 10 juni 2007 zieltogende partij weer op de rails kunnen zetten door de nationalistische kaart te spelen, met dien verstande dat iedereen weet dat als zij beweert voor de Belgen op te komen, zij eigenlijk de Franstalige Belgen bedoelt.

Men kan zich afvragen wanneer het culminatiepunt komt. Dat is nogal duidelijk: bij de verkiezingen. Of die zich nu zullen afspelen in het najaar of in 2009, of het nu Vlaamse, federale of samenvallende verkiezingen zullen zijn, zeker is dat er nog geen communautair compromis zal zijn en dat de Vlamingen dit zullen afstraffen. Het hangt van de houding van de partijen op dit moment af of zij dan bij de winnaars of de verliezers zullen zijn. Het hangt van de mate af waarin de Vlamingen zich uitspreken of België dit referendum zal overleven.

Een andere zekerheid is echter dat de burger geen crisis wenst. En al zeker geen revolutie. Misschien zou daarom wel eens heel goed kunnen zijn voldaan aan de wil van de kiezer: een korte periode van 2 jaar zonder echte regering, tussen 2007 en 2009, die eindigt op een verkiezingsoverwinning waarbij het duidelijk wordt dat nu zeker geen volwaardige Belgische regering meer kan worden gevormd, en waarna iedereen zich realiseert dat men zich beter concentreert op de boedelscheiding.

Voor die boedelscheiding zal wel degelijk een compromis moeten worden gevonden, en tot spijt van wie het benijdt, zullen beide partijen hier moeten geven en nemen. In zekere zin is het debat over de boedelscheiding reeds op gang gebracht, in de eerste plaats door de Franstaligen, die de taalgrens in het debat gebracht hebben door de uitbreiding van Brussel te vragen als tegeneis voor de zeer gematigde eisen van de Vlamingen, die zelfs de resoluties van het Vlaams Parlement uit 1999 nooit op de tafel hebben durven leggen. Iedereen, ook de Franstaligen, weten dat de taalgrens een debat is dat enkel kan aangesneden worden bij de splitsing van het land. Door zulke voorstellen te doen hebben de Franstaligen het debat over de splitsing van het land dus op gang geschoten. En passant hebben ze hierdoor bovendien de Vlaamse publieke opinie geradicaliseerd, getuige daarvan het manifest van de Gravensteengroep, waarvan één van de kernpunten is dat compromissen moeten kunnen, maar dat het in twijfel trekken van de taalgrens gelijk staat aan de splitsing.

Een splitsing zal bijdragen tot het uitgroeien van Brussel als Monaco aan de Zenne, getuige daarvan de oproep van de burgemeester van Schaarbeek, Bernard Clairfayt, om een Brusselse tol in te voeren. Het zal leiden tot het einde van het PS-systeem in Wallonië, waar met de maffieuze socialistische afhankelijkheidspolitiek eindelijk komaf zal worden gemaakt. In Vlaanderen ten slotte zal hierdoor de Vlaamse overheid de Belgische staat aflossen als mikpunt van alle ontevredenheid, en zeer terecht, want al te veel komt de Vlaamse overheid weg met haar wanbeleid op vlak van ruimtelijke ordening, betutteling en verspillingen, door de aandacht die de communautaire problematiek krijgt.

Misschien zal de splitsing ook bijdragen tot meer aandacht vanuit Vlaanderen voor het buitenland, en meerbepaald voor de Europese Unie, waar een politieke elite op dit moment totaal losgeslagen is en poogt een superstaat op te bouwen die de Sovjetunie zal proberen te evenaren op het vlak van economische planning. Een secessie in het hart van die Unie zal wellicht die elite tot terughoudendheid aanzetten en zal nooit op steun van de eurocraten kunnen rekenen. Hoogstens zullen zij laten betijen, wanneer de internationale opiniemakers de Belgische splitsing toejuichen.

Vaak is er veel geweeklaag te horen in Vlaanderen over het feit dat de internationale wereld België voornamelijk door een Franstalige bril zou bekijken, wat nochtans onterecht is. Als een gezaghebbend weekblad zoals The Economist de splitsing van België aanbeveelt, is een lichte kritiek door één of andere kunstenaar waarnaar toch geen enkele decision maker luistert, niet meer dan een valse noot. Vlaanderen, Wallonië en Brussel zullen op de internationale bühne op een bijzonder positieve manier worden verwelkomd, zoals dit nieuwe staten steevast te beurt valt, op enkele valse noten van vergane grootmachten dan na, vanzelfsprekend, vanzelfsprekend, om Frankrijk niet te noemen. Als het een beetje meezit, kennen we in het tweede decennium van de 21ste eeuw een drieledig Singapore – verhaal in West-Europa.

Saturday, September 08, 2007

De weg naar de vrijheid loopt via de splitsing van België















De Belgische staat lijkt wel op zijn grondvesten te daveren in het licht van de huidige politieke crisis. Titels zoals informateur, formateur en bemiddelaar alsook oude krokodillen die het land moeten redden zijn nagenoeg opgebruikt. Rots in de branding voor het Belgisch Koninkrijk blijkt “verkenner” Herman Van Rompuy te zijn. Indien ook hij faalt, lijkt de toekomst onzeker voor de Belgische staat. Tenzij een tripartite nog een respijt geeft, maar dan volgt de nekslag in 2009.

De Standaard doet reeds een interessante oefening die moet schetsen hoe een splitsing praktisch zou verlopen, en figuren zoals Marc Reynebau worden gretig opgevoerd om te waarschuwen voor de grote hindernissen. Net zoals nog altijd de meerderheid van de Vlamingen lijkt ook De Standaard niet erg happig op het einde van België. Grotendeels vanuit een conservatieve reflex. Een gezonde en terechte reflex overigens. Politieke revoluties en grote veranderingen moet men sceptisch bekijken.

De Belgische staat is peperduur

Niettemin zouden de hindernissen en kosten van het niet-splitsen van het land wel eens hoger kunnen uitvallen dan die van de splitsing. Dat komt vooral door ongelooflijke kosten die de Belgische staat met zich meebrengt. Volgens een onderzoek van de ECB bedraagt de input-efficiëntie van de Belgische staat slechts 66%, waarover Trends bericht.

Dat geeft het percentage aan van de overheidsmiddelen die niet worden verspild. België scoort daarbij onder het Europees gemiddelde van 79%. Buurland Luxemburg haalt zomaar even 100%. Luxemburg, voorwaar een voorbeeld.

Volgens dit weliswaar gecontesteerd onderzoek verspilt de Belgische staat dus zomaar even 34% van haar middelen. Ook als de situatie niet zo dramatisch zou zijn als deze cijfers weergeven, is het voor iedereen duidelijk dat onze overheid niet het toonbeeld van efficiëntie is, om het zacht uit te drukken. Dat de hoofdoorzaak daarvan niet enkel de welvaartstaat is, die immers ook in andere Europese landen bestaat, maar in de eerste plaats de kost van de compromissen van Jean-Luc Dehaene en andere loodgieters, is duidelijk.

België kost dus te veel. Veel te veel. Zoveel dat de kost om het land niet te splitsen hoger uitvalt dan de grote inspanning die nodig zal zijn om het land op een ordelijke manier in twee of drie delen op te delen.

Burgers willen de splitsing

Dat laatste is niet langer een taboe. 40 tot 45% van de Vlamingen is op dit moment volgens verschillende peilingen voorstander van een splitsing. Een extreem hoog percentage voor zo’n radicale ingreep. De reden is duidelijk. De burger ziet in dat België bijeenhouden een verschrikkelijk hoge prijs vergt. Ook de internationale media zien er heil in: het meest gezaghebbende magazine ter wereld, “The Economist”, pleit voor een splitsing van het land: Belgium, time to call it a day. Sometimes it is right for a country to recognise that its job is done.

De financieringswet ondermijnt België

En dan is er nog dat ene in het publieke debat onderbelichte aspect van de Belgische kwestie: de financieringswet. De regeling die de verdeling van de middelen onder federatie en deelstaten voorziet. De versie van 1989 werd in 2001 met het Lambermont-akkoord aangepast. Het noodlijdende Franstalig onderwijs kreeg handenvol geld, en als tegenprestatie kreeg ook de Vlaamse deelstaat er enorm veel middelen bij. Met als gevolg dat de deelstaten op dit moment zwemmen in het geld. Zelfs de PS-regeringen in Franstalig België slagen erin om een begroting in evenwicht te bereiken, wat als ultiem bewijs kan gelden. Tegelijk komt het water aan de lippen van de federale overheid. En daar wringt het schoentje.

De federale overheid heeft immers vitale schulden aan de Belgische burger. Pensioensschulden en sociale zekerheidsschulden. Veel van het geld dat de Belgische belastingsbetaler hiervoor heeft bijgedragen aan de federale overheid wordt doorgestort naar de deelstaten. Waar het op hooghartige wijze verspild wordt aan zaken waar de burger niet om gevraagd heeft, maar die wel snel electoraal gewin opleveren voor politici, zoals gratis openbaar vervoer voor 65-plussers.

Even recapituleren: de Belgische staat rooft jaarlijks 49% van de rijkdom van haar onderdanen. Daarmee heeft België de derde hoogste belastingsdruk ter wereld, na Zweden en Denemarken. 34% van die middelen wordt echter verspild, en de voornaamste reden hiervoor is de hoge kost van de compromissen om Vlamingen en Franstaligen bijeen te houden in één staatsentiteit. En passant worden nog eens de meest vitale zaken in tijden van vergrijzing, zoals pensioenen en sociale zekerheidsuitkeringen, verwaarloosd, door gelden hiervoor bedoeld door deelstaten te laten uitgeven aan zaken die de burger niet nodig heeft. "Ceci n’est pas un parfum de crise", zoals Magritte het aan Francis Delpérée zou uitdrukken om eigenlijk te bedoelen: "ceci est une crise de système". De Koning bindt zich beter goed vast aan zijn troon.

Een internationale stijging van de rente kan de nekslag aan België geven

We durven nauwelijks een voorspelling te maken wat er gebeurt indien ook het internationale aspect om de hoek te kijken. De subprime-crisis heeft in de V.S. de vastgoedluchtbel doorprikt die door de Federal Reserve was gecreëerd om de pijnlijke gevolgen van de vorige uiteengespatte internetluchtbel van 2000 te helpen uitstellen. Het is nog niet duidelijk wat de reactie van de Fed en de ECB op deze subprime-crisis zal zijn, maar duidelijk is dat er veel verzet is om opnieuw artificieel de rente lager te sturen.

Bovendien kan de Fed ook niet oneindig crisissen blijven oplossen door geld bij te drukken, want dan komt de dollar, die nu al in vrije val lijkt, helemaal onder druk als reservemunt voor de wereld. Bij gebrek aan alternatief, en met een overvloed aan overheden die maar al te graag de eigen munt de dieperik in helpen door geld bij te drukken, kan de dollar zijn positie sowieso nog een tijd houden, maar zeker is dat artificieel de rente verlagen niet zo makkelijk meer zal kunnen als in de jaren ’90. The party is over.

De jaren ’90: de jaren van Dehaene, die door belastingsverhogingen en - beperkte – besparingen en privatiseringen het Belgische overheidstekort van 130% verminderde. De jaren waarin hij hierbij geholpen werd door de lage rente. Die dus meer dan waarschijnlijk zal stijgen in de komende jaren. En wel eens de trigger zou kunnen worden om het ultieme zetje tegen de Belgische constructie te geven. Bij rentestijgingen kan de federale overheid het wel helemaal schudden, wil het de interesten op de nog steeds zeer hoge staatsschuld voldoen.

Kleine staten zijn rijke staten

Een vereenvoudiging van de instellingen om zo de kost van de instellingen te verminderen is de enige oplossing voor dit alles. Theoretisch kan een nieuw unitarisme hiervoor zorgen. Politiek is dit echter niet haalbaar. Enkel een splitsing lijkt voor de zo noodzakelijke fundamentele vereenvoudiging en dus grote kostenbesparing te kunnen zorgen.

En eigenlijk is dit logisch. Grote staten zijn log en duur. Kleine staten, op maat van de volkeren die er wonen, zijn meer wenselijk. Dat toont alvast een onderzoek aan van economen Spolaore en Alesina. Kleine staten zijn rijke staten, zo stellen ze.

Zoals Frans Crols in dit bijzonder lezenswaardig pleidooi voor een onafhankelijk Vlaanderen de twee economen Spolaore en Alesina citeert, mag het duidelijk zijn dat hun analyse perfect op de Belgische kwestie kan worden toegepast:

"De kosten van de heterogeniteit/rommeligheid van een land kunnen dermate hoog oplopen dat de burgers van een homogener subgedeelte besluiten de kosten te drukken door samen een lower cost country te stichten gebaseerd op meer samenhang, meer sociaal kapitaal, beter overleg, minder ruzie, minder tijdverlies."

Kleine staten zijn open multiculturele staten

Kleine staten zijn rijke staten, maar kleine staten zijn ook open staten. Een onafhankelijke republiek Vlaanderen zou geen bekrompen land zijn, maar zou zich integendeel als huidig centrum van Europa nog meer naar buiten kunnen openen. Allereerst door de vennootschapsbelasting te verlagen zoals in Ierland is gebeurd. Op dit moment is Ierland hierdoor het tweede rijkste land ter wereld (per capita ), en is het meer en meer een multiculturele smeltkroes aan het worden.

Een onafhankelijk Vlaanderen zou ook de politieke mogelijkheden geven om uitkeringen te beperken in de tijd en een aantal andere rationaliseringen door te voeren, die het fenomeen van de uitkeringsmigratie, zoals Derk-Jan Eppink dit noemt, aanpakken. Dat dit het samenleven en de integratie ten goede zou komen, omdat er bijvoorbeeld geen Marokkaanse bejaarden meer zouden komen via gezinshereniging om hier van hun oude dag te genieten op kosten van de Belgische sociale zekerheid, is al te duidelijk. In een vrij land is migratie een wezenlijk en welkom onderdeel van de samenleving, maar komen en gaan migranten enkel in de mate dat dit economisch draagbaar is.

Situaties zoals nu in België, waar op aansteken van de PS mensen in sociale getto’s en werkloosvallen afhankelijk worden gehouden, zouden in een kleinere staat moeilijker houdbaar zijn. Wie voor integratie is, moet dus het land kleiner willen maken.

Een splitsing en een onafhankelijk Brussel zijn praktisch mogelijk

De vraag dringt zich dan op hoe de Belgische splitsing dan concreet moet verlopen. Onvermijdelijk wordt de Vlamingen dan weerspiegeld dat “wij” (de Vlamingen) Brussel zouden verliezen. Dit is een sofisme van formaat. Brussel ligt naast Vlaanderen en zal dat altijd blijven. Het is nu reeds sociologisch een ander land, maar dat belet niet om er naar toe te gaan en er economisch mee verweven mee te zijn.

Vlamingen zullen niet slechter af zijn indien Brussel een onafhankelijke staat wordt. Een onafhankelijk Brussel zou in de eerste plaats op zoek moeten naar inkomsten. In de eerste plaats zou dan het peperdure Brusselse systeem van besturen worden hervormd. Gedaan met de opdeling Gewest – VGC – Cocof - GGC. Eén bestuur. Gedaan ook met bepaalde baronietoestanden die in gemeenten bestaan. Gedaan wellicht ook met de overbelasting van het Brusselse wegennet, dit door het invoeren van een “congestion charge” zoals in Londen of Milaan. Eventueel kan een belasting worden ingevoerd voor buitenlanders die er werken (Vlamingen, Europese ambtenaren), maar Brussel zal niet zover kunnen gaan als het wil, want vitale infrastructuur voor Brussel ligt op Vlaams grondgebied (luchthaven, ring, spoor) en Europese ambtenaren kunnen perfect verhuizen naar Straatsburg of ergens anders indien Brussel zijn hand overspeelt. Vlaamse Brusselaars zouden daarom ook moeten worden gerespecteerd, en misschien zijn ze door een onafhankelijk Brussel wel beter af, zoals Vlaamse Brusselaar André Monteyne schrijft in “De stadstaat Brussel en de Vlamingen”.

Andere issues zouden de minderhedenproblematiek zijn (de Franstaligen in de rand), de verdeling van de diplomatieke assets van België en de verdeling van de staatsschuld. Geen makkelijke zaken, maar er is een compromis over mogelijk.

Luxemburg is het voorbeeld

Luxemburg is kleiner dan Brussel, en heeft ook Europese instellingen. Luxemburg is klein, rijk (het rijkste land ter wereld per capita), een belastingsparadijs. Luxemburg is een voorbeeld voor Brussel, Wallonië en Vlaanderen. Een opsplitsing van het land in twee (Vlaanderen en rest-België met Wallonië en Brussel) of drie delen (Vl-Wal-Bru) zou tot meer fiscale competitie aanleiding geven (de beroemde “race to the bottom”: minimaal betalen aan de overheid voor maximale dienstverlening), tot meer verantwoordelijk bestuur dicht bij de burger, tot het einde van de macht van de corrupte PS, die veel Vlaams geld zou verliezen.

In Wallonië zou de verticale as Waals-Brabant-Namen-Luxemburg het laken naar zich toe halen en eindelijk de broodnodige hervormingen doorvoeren die nodig zijn voor de oude industriebekkens in het Westen en het Oosten van het land. De verzwakte PS zou enkel kunnen toekijken hoe haar macht ineenstort, haar pionnen worden berecht en de burgers van Wallonië zich bevrijden van haar verstikkende wurggreep om zo op langere termijn tot een tweede Luxemburg uit te groeien.

Misschien zouden Brussel en Wallonië als rest-België wel samen voortdoen. Het lijkt mij vanuit de redenering van Spolaore en Alesina geen goede zaak voor hen, maar ook dat zou al een verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie.

Op naar de splitsing van Vlaanderen

In Vlaanderen zou de nieuwe grote uitdaging zijn om fors te gaan snijden in het ambtenarenapparaat en het oerwoud aan Vlaamse regelgeving. Dat ook Vlaanderen bovendien beter af zou zijn met kleinere gedecentraliseerde entiteiten, is zeker. West-Vlaanderen, stad Antwerpen en Limburg vormen als Vlaamse regio’s waar een sterke eigen identiteit bestaat evidente kandidaten hiervoor. Is het niet voor volledige onafhankelijkheid, dan misschien als vennootschapsbelastingsvrije zones. Na de splitsing van het land geldt: “l’imagination au pouvoir”.

Last but not least zou de splitsing van ons land ook een mokerslag zijn voor diegenen die de Europese Unie willen doen evolueren naar een corporatistische superstaat waar overregulering en bureaucratisering aan de orde van de dag zijn en een artificieel Europees semi-racistisch natiegevoel wordt gepropageerd gericht tegen onze Amerikaanse vrienden en Aziatische handelspartners. Een opsplitsing van de macht in het hart van de Europese Unie zou een mooie stap vooruit zijn op weg naar een vrije wereld met kleine als bedrijf bestuurde staten die vrij handel drijven in vrede.