Thursday, April 12, 2012

Spanje: de Titanic achterna?

Gepubliceerd op De Dagelijkse Standaard



De eurocrisis flakkert weer op in alle hevigheid, nu het effect van de gigantische ECB interventies in december en februari lijkt uitgewerkt. 1000 miljard euro in “LTRO” leningen op 3 jaar werden toen verstrekt aan Europese banken, maar blijkbaar moet men altijd maar verder en verder gaan om het kaartenhuisje recht te houden. Het is Spanje dat op dit moment in het oog van de storm verkeert, met leningen op 10 jaar die alweer even de 6 procent benaderden, maar eigenlijk weet iedereen dat het alweer over de gehele eurozone gaat.

Volgens het bekende patroon, zijn de eerste ontkenningen dat Spanje een “bailout” nodig zal hebben al binnen. De Europese Commissie beweert dat er in Spanje enkel wat moeilijke politieke onderhandelingen bezig zijn, maar de ECB suggereert om toch voor alle zekerheid het aankoopprogramme van overheidsobligaties weer op te starten. “De marktomstandigheden zijn niet gerechtvaardigd”, aldus de Franse vertegenwoordiger in de ECB, Benoit Coeure.

Nochtans zouden de “markten” (vaak zeer voorzichte pensioenfondsen) wel eens gelijk kunnen hebben om zulke “hoge” interestvoeten aan te rekenen. Met Open Europe brachten we onlangs nog een briefing uit over Spanje, waarbij we de aandacht vestigen op het feit dat de Spaanse banken slechts 50 miljard euro hebben voorzien om waarschijnlijke verliezen van 80 miljard euro op te vangen. Veel van die verliezen zijn het gevolg van de uiteengespatte investeringsluchtbel in de Spaanse vastgoedsector. Die 80 miljard euro waarschijnlijk verlies is het gevolg van een daling met 20 procent van de huizenprijzen. Een nog verdere correctie van de Spaanse huizenprijzen met 35 procent is mogelijk, dus deze schattingen zijn allesbehalve “pessimistisch”.  Al die verliezen komen uiteindelijk op rekening van de Spaanse overheid, en zelfs indien de Spaanse overheid die banken gewoon overkop zou laten gaan, volgt er een recessie, met dalende belastingsinkomsten tot gevolg.

Als de ECB weer Spaanse overheidsobligaties gaat opkopen – op de secundaire markt, om toch maar te doen alsof men de regels van de Europese verdragen volgt – dan komt er wellicht weer wat rust, maar aan de fundamentale oorzaken is uiteindelijk niets gebeurd.

Toegegeven, in Spanje probeert men wel om het economisch regelwerk te liberaliseren, maar de pogingen zijn veel te bescheiden. Volgens Eurostat zijn de Duitsers per gewerkt uur zowat 30 procent productiever dan de Spanjaarden, en dat is al 10 jaar zo volgens deze statistiek. Indien Spanje dus geen overgewaardeerde munt wil hebben, moet het dus niet enkel het gat met Duitsland dichten, maar ook even productief blijven. Zelfs volgens de meest optimistische scenario’s zal dit niet gebeuren, met als gevolg dat Spaanse diensten en goederen te duur zullen blijven, er weinig of geen economische groei zal plaatsvinden, en de werkloosheid op het alarmerende peil van meer dan 23 procent van de actieve bevolking zal blijven. In Italië is het allemaal niet veel beter trouwens. Hervormingen gaan er ook niet ver genoeg, en groeicijfers worden naar beneden bijgesteld. Gebrek aan economische groei in Spanje en Italië zorgt er voor dat er te weinig overheidsinkomsten zijn om de hoge uitgavenpatronen van beide Zuid-Europese welvaartstaten te financieren (of liever te “her-financieren”- aangezien leningen worden betaald met nieuwe leningen).

Hoe kwam Spanje dan in de problemen? Zoals uiteengezet, is het grootste probleem niet zozeer de Spaanse overheidsbegroting, maar integendeel het Spaanse banksysteem dat als een zwaard van Damocles boven de economie en de publieke financiën hangt. De grote verliezen op leningen zijn het gevolg van over-investering in de vastgoedsector, wat rechtstreeks samenhangt met het Spaans lidmaatschap van de euro. De prijs van het geld – de interestvoet – was te laag voor een snelgroeiend land zoals Spanje, met tal van mis-investeringen tot gevolg. Met goedkoop geld kun je je risico’s permiteren. Het was niet mogelijk om de interestvoeten in Spanje te verhogen, aangezien dit instrument in handen van de ECB is, dat de taak heeft om het monetair beleid voor de gehele muntunie uit te oefenen. Omgekeerd kunnen op een bepaald moment de Spaanse inspanningen om de economie weer op de rails te krijgen niet beloond worden met lagere interestvoeten, aangezien de ECB gedwongen zal zijn om inflatie in Duitsland en Nederland te beteugelen met hogere interestvoeten. Dit probleem van de “one size fits none” – interest rate komt veel te weinig ter sprake, terwijl het net één van de grote constructieproblemen van de eenheidsmunt is.

Zo veroordeelt de euro Spanje enerzijds tot een artificieel overgewaardeerde munt, die economische groei onmogelijk maakt, en anderzijds onaangepaste interestvoeten, die investeringsluchtbellen crëeren. Het is juist dat Spanje net als alle andere Europese landen zijn banksysteem moet saneren, inclusief het laten verdwijnen van heel wat banken, dat overheidsuitgaven fors naar beneden moeten, dat er liberalisering van het economisch regelwerk nodig is. Al die maatregelen kunnen echter in het beste geval de discussie uitstellen die op dit moment nog als taboe wordt ervaren: welke landen kunnen een gemeenschappelijke munt hebben?

Tuesday, March 13, 2012

Splitsen of delen

door Pieter Cleppe

Oorspronkelijk gepubliceerd op De Dagelijkse Standaard, 27 september, 2011

Een debat is op gang gekomen over wat de kost zou zijn van het opbreken van de eurozone. Na de studie van Rabobank een jaar geleden, kwam onlangs ook UBS uit met een rapport, evenals Citi en de Duitse Staatsbank een jaar geleden, kwam onlangs ook UBS uit met een rapport, evenals en de Duitse Staatsbank KfW. Ik heb het hier niet over de cijfers die de Nederlandse regering gelekt heeft, en die enkel duidelijk maken dat een Grieks failliet Nederland 120 miljard euro zouden kunnen kosten. Dat is de prijs die Nederland zou betalen om de euro daarna nog verder overeind te houden door het ver(vier)dubbelen van het huidige reddingsfonds EFSF. Deze rapporten gaan over de kost om de euro te beëindigen. De ware afweging is immers: de euro splitsen of welvaart delen.

Deze fundamentele keuze komt dichterbij, en de tussenoplossing – aanmodderen – wordt duurder met de dag, zeker nu de Europese Centrale Bank voor miljarden euro’s aan Spaanse en Italiaanse overheidsobligaties opkoopt, om hun herfinancieringskost te drukken. “Er is geen stabiele middenweg”, zoals de nieuwe Bundesbank – voorzitter Jens Weidmann in dit verband stelt.

Een geïsoleerd Grieks faillissement is denkbaar, maar het is niet onwaarschijnlijk dat dit op korte termijn wordt gevolgd door het faillissement van Portugal of zelfs Ierland. Die twee laatste landen worden wel financieel rechtgehouden door bailouts, maar voor de lokale politici zou het wel eens heel verleidelijk kunnen zijn om te stoppen met alle besparingen, met als argument dat die toch enkel voordelen opleveren aan de banken, en dat de Portugezen en Ieren zich daar net zoals de Grieken tegen moeten verzetten.

Het is een verdienste dat deze studies het debat aangaan over de alternatieven, maar het is wel jammer dat ze focussen op de kost van het opbreken van de eurozone, en veel minder op de kost van het bijeenhouden. Nochtans is dat net de afweging die moet worden gemaakt.

Het is bijzonder moeilijk om de kost van een splitsing te berekenen, maar niet onmogelijk. Aangezien de grootbanken die deze studies uitbrachten direct betrokken partij zijn bij dit debacle, mogen we aannemen dat hun schattingen niet al te conservatief zullen zijn.

UBS schat dat als Duitsland de eurozone zou verlaten, dit voor het land iets van een 7000 euro per inwoner zou kosten, wat dus voor 82 miljoen Duitsers op 574 miljard euro neerkomt. Met een (zeer ruwe) extrapollatie zou dit voor de bijna 17 miljoen Nederlanders in een prijskaartje van 119 miljard euro resulteren, maar dat is nattevingerwerk (ook al omdat het Duitse cijfer zeer betwistbaar is, wat hieronder wordt uitgelegd).

In theorie is het mogelijk dat Nederland de euro verlaat, terwijl Duitsland er in blijft, maar dat is niet zeer waarschijnlijk. Als Berlijn beslist, volgt Den Haag. De relevante vergelijking is er dus één wat voor Duitsland de meest optimale keuze is: in de euro blijven en miljardenstromen aanvaarden, of de euro verlaten? Al zal druk uit Nederland of Finland natuurlijk grote invloed hebben op de ultieme beslissing in Berlijn.

Een tweede studie, door Willem Buiter, hoofdeconoom van Citi, noemt geen cijfers. Buiter geeft zelfs toe dat een splitsing zelfs in positieve effecten resulteert op lange termijn, maar waarschuwt vooral voor de destabiliserende gevolgen op korte termijn in zwakkere landen die de eurozone zouden verlaten, met bank-runs en besmetting naar andere zwakke landen tot gevolg. Dat laatste is ongetwijfeld een gerechtvaardigde bezorgdheid. Daarom pleiten velen er net voor dat de sterkere landen de muntunie zouden verlaten, waardoor de zwakkeren op zijn minst even ademruimte krijgen. De studie van UBS suggereert trouwens dat als een “Duits blok” de muntunie verlaat, dit ook een stuk minder duur zou zijn voor de inwoners van de “kern-eurozone” dan het zou zijn als de inwonders van de periferie uit de muntunie trokken.

Naast de directe kosten van opsplitsing als gevolg van de verliezen die banken en overheden lijden (een weinig betwist gegeven), is het prijskaartje van 574 miljard volgens UBS ook het gevolg van enerzijds de gevolgen voor exporteurs van de munt-revaluatie die onvermijdelijk volgt wanneer een nieuwe sterke munt zou worden ingevoerd in Duitsland en anderzijds de opportuniteitskost om de euro niet te hebben, in zogezegde handelsverliezen.

Wat betreft dat laatste, gaat UBS wel kort door de bocht. Ze gaan er namelijk van uit dat een opsplitsing van de euro ook sowieso een opbreken van de Europese interne markt tot gevolg zou hebben, en berekenen de kost die protectionisme dan met zich mee zou brengen de jaren nadien.

Ook al zijn er inderdaad juridische argumenten dat een uittrede uit de muntunie niet mogelijk is zonder een uittrede uit de Europese Unie, in de praktijk zal dit zeker niet zo snel gebeuren. Met hun waarschuwing dat “als de Euro valt, valt Europa” zitten Angela Merkel en Nicolas Sarkozy in feite op dezelfde lijn als het Franse Front National, dat inderdaad hoopt op een opbreken van de interne markt, terwijl dat laatste net een prachtige verworvenheid is van de Europese Unie, ondanks onvolmaaktheden.

10 van de 27 lidstaten voeren handel zonder een muntunie te delen, en bij de publieke opinie is er geen enkele behoefte om dan maar terug te keren naar een Europa van tolhuisjes en douaneformulieren, omdat er een muntunie is verdwenen, zeker niet in die landen die zelfs geen lid waren van die muntunie. In Ierland leidde de economische crisis niet tot politieke aanvallen tegen de interne markt, ook al telde Ierland heel wat Europese arbeidsmigranten. Het is jammer genoeg natuurlijk altijd mogelijk, maar het is intellectueel oneerlijk om zomaar te veronderstellen dat het gedaan is met de EU als de eurozone uit elkaar valt.

In haar berekening van het prijskaartje voor een Duitse euro-exit, beweert UBS dat dit de Duitse (en dus ook Nederlandse) exporteurs hard zou treffen. Ook de studie van de Duitse overheidsbank KfW waarschuwt hiervoor.

Een berekening door de meest prominente Duitse econoom, Hans-Werner Sinn, het hoofd van het IFO instituut, schat echter dat zo’n “revaluatie” van de munt, iets wat zeer gebruikelijk was ten tijde van de D-Mark, ook positieve gevolgen heeft die groter zijn dan de negatieve.

Importeurs en vooral consumenten doen hier namelijk groot voordeel bij. Maar ook exporteurs zouden uiteindelijk profiteren van lagere importkosten. Sinn schat dat als Duitsland een munt-revaluatie van 15 procent zou kennen, het land er 150 miljard voordeel mee zou doen, het drievoudige van de kost die KfW schat van een Duitse revaluatie. Voor Nederland zullen de gevolgen uiteraard gelijkaardig zijn. Allemaal vrij evident eigenlijk, wanneer men weet dat landen als Duitsland en Nederland steeds zowel een sterke export-sector als een sterke munt hebben gehad, ondanks tijdelijke moeilijkheden met die sterke munt.

Als we er van uitgaan dat de interne markt en de EU helemaal niet uit elkaar spatten bij een opbreken van de euro, dan is er niettemin nog een laatste argument dat tegentanders van een splitsing zouden kunnen opwerpen: heeft een land al dan niet voordeel heeft gehad bij de invoering van de euro? Indien wel, moet het verlies van dit voordeel als kost worden aangerekend bij een eventuele uittrede.

De Duitse groei lag in de twaalf jaar sinds 1999 met 1,2 procent onder de gemiddelde groei in de eurozone van 1,5 procent en van de EU, waar de groei 1,7 procent bedroeg. Ook vergeleken met de jaren '90 was er geen sprake van hogere Duits groei dan in het euro-tijdperk. In sommige periferielanden was er wel grote groei, maar nu weten we dat dit voor een deel een luchtkasteel was, gezien de gigantische publieke en private schuldenbergen in die landen. Voor Nederland was de groei 1,5 procent, gelijk aan het eurozone gemiddelde, maar dus onder het gemiddelde van de EU. In de tien jaar voor de euro ingevoerd was in Nederland, groeide het land met 3.2%.

Wat in elk geval blijkt uit deze cijfers, is dat men niet zomaar de euro kan gelijkstellen aan economische groei. Voor Nederland zou men misschien eerder moeten stellen dat de euro gelijkstaat aan verlies aan groeicapaciteit. Nederland heeft immers ten opzichte van Duitsland maar liefst 18 procent aan concurrentiekracht verloren sinds het toetrad, Frankrijk slechts 10, en België slechts 12.

Specifiek voor Nederland, wordt soms geschermd met het idee dat een opbreken van de muntunie de pensioensreserves van de Nederlandse investeerders zou aantasten, aangezien het deel ervan dat geïnvesteerd was in het zwakkere deel van de eurozone, na een splitsing gedenomineerd zou worden in een gedevalueerde munt. Dat is correct, maar evengoed geldt dat wat in Nederland of Duitsland is geïnvesteerd dan weer in een relatief sterkere munt zou worden uitgedrukt. Het lage interestbeleid van de ECB, dat een bedreiging vormt voor de Nederlandse pensioenen, zou ook kunnen worden stopgezet.

Gezien de voorgaande redenering, mogen we toch wel aannemen dat de geschatte kost van het opbreken van de euro voor Duitsland van 574 miljard euro wel een maximumcijfer moet zijn, als echt alles misloopt, en de onzuivere extrapollatie van 119 miljard dat ook voor Nederland is. Dit UBS – cijfer houdt terecht de kost in van verliezen voor banken en overheden, maar gaat er zomaar van uit dat ook de Europese interne markt aan een eurosplitsing ten onder gaat, en houdt geen rekening met de grote voordelen van een munt-revaluatie.

De vraag die nu rest: hoeveel kost het dan voor Duitsland – en Nederland - om de muntunie bijeen te houden?

Eens het EFSF – het tijdelijke noodfonds van de eurozone – wordt verdubbeld, zal Duitsland leningen tot 211 miljard euro garanderen, en Nederland tot 55,9 miljard euro. Toegegeven, dit is een garantie, geen directe kost, maar dat kan het wel worden als een land effectief failliet gaat. Dat laatste is voor Griekenland al lang geen science fiction meer. De markten denken immers dat de kans 90 procent is, althans dat is wat CDS – contracten – verzekeringen tegen het failliet van een land – weerspiegelen.

Daarbovenop komen de mogelijke risico’s voor Duitsland als gevolg van de acties van de Europese Centrale Bank. De ECB besliste in mei 2010 om overheidsobligaties van landen in problemen op te beginnen kopen, en heeft ook stelselmatig haar criticeria verlaagd voor onderpand dat banken dienen aan te bieden in ruil voor liquiditeit. Het gevolg is dat de ECB ondertussen op een berg minderwaardig overheidspapier zit. Naar onze schatting had de ECB net voor de zomer zo al 444 miljard euro aan risico op haar balans staan, wat dus een risico voor de burger vormt. Die draait er uiteindelijk voor op, of het nu gebeurt via een herkapitalisatie van de ECB, een verkoop van de goudvoorraad, of het bijdrukken van geld. Die 444 miljard komt (volgens de kapitaalsleutel van de ECB, en gegeven het ontbreken van Griekenland, Ierland en Portugal) neer op een blootstelling van Duitsland voor 129 miljard en van Nederland voor 27 miljard euro.

340 miljard voor Duitsland, en 82,9 miljard voor Nederland kan dus alvast worden gezien als de huidige blootstelling die beide landen op zich hebben genomen. Dat is dan nog zonder de IMF bijdragen in rekening te nemen die Nederland ook doet, de bijdrage via het beperkte Europese EFSM fonds, en de bilaterale Griekse bailout (waardoor er voor Nederland nog eens bijna 15 miljard euro bovenop komt, en voor Duitsland een 50 miljard euro). Opnieuw, dit gaat over blootstelling, niet over de directe kost.

Het cijfer van 444 miljard neemt de nieuwe aankopen van Italiaans en Spaans overheidspapier sinds augustus echter nog niet in rekening, en is dus in realiteit nog hoger (al is het sowieso een schatting, want de ECB geeft niet alle cijfers). De ECB heeft ondertussen haar aankopen van overheidsobligaties doen stijgen naar 142,9 miljard euro, en net opnieuw heeft het de voorwaarden voor het onderpand dat het aanvaard nog eens versoepeld.

Een herkapitalisatie van de ECB zonder bijdrage van Spanje en Italië zou daarenboven de kost voor de “sterken” relatief nog eens zoveel naar boven drijven.

Dit alles is echter slechts de blootstelling die de eurolanden tot nu toe officieel op zich hebben genomen. Achter de schermen weet men dat er veel meer nodig is.

Volgens onze schattingen is er maar liefst 3200 miljard euro nodig om de eurozone bijeen te houden tot het einde van 2014, wat een reddingsfonds met een uitleencapaciteit van 2000 miljard euro zou mogelijk maken (een deel van het geld dient immers in kas gehouden te worden, als voorwaarde om een triple A rating te bekomen). Dat komt neer op bijna 600 miljard euro blootstelling voor Duitsland, en 120 miljard euro voor Nederland. Dat cijfer is onder meer gebaseerd op de grootte van de Spaanse en Italiaanse overheidsobligatiemarkten. Het ligt in de lijn van wat de ECB heeft laten lekken, en ook het Nederlandse Ministerie van Financiën. Afgelopen weekend lekten plannen uit van ambtenaren om een soort van CDO te maken van het EFSF, om op die manier de politieke weerstand te omzeilen om het te vergroten tot 1000 of 2000 miljard euro. In dit scenario zou de ECB het EFSF van krediet voorzien, wat de Oostenrijkse krant Die Presse ertoe leidt om te schrijven dat het EFSF zo in feite van elke euro er vijf maakt, wat tot hyperinflatie kan leiden.

Wat we zien is dat de ECB de laatste week moeite heeft om de interestvoeten op de Italiaanse overheidsobligaties onder controle te houden. Ondanks alle aankopen van Italiaanse overheidsobligaties, bleven de “10 year – bonds” op gezette tijdstippen niet veel onder 6 procent hangen. De ECB wil absoluut vermijden dat de 6 procent – grens fors wordt overschreden, want volgens de meeste analisten gaan Spanje en Italië failliet als 7 procent wordt bereikt. Dat is hoe vergevorderd de crisis ondertussen is. Het toont aan dat de gigantische bedragen die de ECB en het Nederlandse Ministerie van Financiën noemen geen fictie zijn, tenminste als we de euro willen bijeenhouden.

Bovendien is er de grote vraag of Frankrijk zijn triple A rating wel behoudt. Indien dit niet het geval is, en dat is zeker denkbaar, dreigt de rekening nog verder op te lopen want dan dienen de overige vijf triple A landen (Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland en Luxemburg) voor alles op te draaien. Het voorstel om het EFSF te financieren via de ECB - drukpers zou volgens Standard & Poors trouwens leiden tot een verlaging van de kredietwaardigheidsstatus van Frankrijk of zelfs van Duitsland.

Niet onbelangrijk is ook het verhaal dat de verplichtingen die de welvaartstaat met zich meebrengt heel wat onverwachte kosten zullen creëeren. Deze week nog berichtte de voorpagina van de Duitse krant Handelsblatt nog dat Duitsland geen publieke schuld heeft van 2000 miljard euro, maar wel van 7000 miljard euro, tenminste volgens de Duitse Professor Bernd Raffelhüschen. Die “verborgen schulden” of zogenaamde “unfunded liabilities” zouden in Frankrijk – tenminste volgens de Franse bank Société Générale zelfs meer dan 500 procent van het bruto nationaal product bedragen. Met andere woorden: er mogen serieuze vraagtekens geplaatst worden of de zogenaamde triple A landen wel de economische capaciteit hebben om op langere termijn massale welvaartstransfers te doen.

Wat ook duidelijk moet zijn is dat hoe langer men wacht om landen te laten failliet gaan, hoe duurder de rekening wordt. Volgens onze berekeningen zullen gezinnen in de eurozone maar liefst drie maal zoveel moeten bijdragen aan een Grieks faillissement indien men dit uitstelt naar 2014, waarbij ze bovendien een groter en groter deel van de last zullen opnemen, ten voordele van financiële instellingen. Dat is het geval voor het uitstellen van een Grieks faillissement, maar geldt als algemeen principe: de zaken uitstellen maakt alles alleen maar duurder.

De gigantische prijskaartjes die genoemd worden door officiële instanties (de Nederlandse regering, de ECB) om de euro bijeen te houden (600 miljard voor Duitsland, 120 miljard voor Nederland) plaatsen de schattingen van de kost van een splitsing in een ander daglicht, zeker als die schattingen op zijn minst gezegd niet conservatief zijn. Toegegeven, de cijfers van de splitsing gaan over directe kosten, terwijl de cijfers van het bijeenhouden over zogenaamde garanties gaan. Men hun verwachting dat Griekenland voor 90 procent zeker failliet gaat, gaan de markten er echter van uit dat die garanties weldra kosten zullen worden.

Eén verschil is echter maar al te duidelijk: de kost van een splitsing, hoe hoog ook, is éénmalig, terwijl de kost van het bijeenhouden, via het delen van onze welvaart, nagenoeg permanent is.

Veel verbetering valt er immers niet waar te nemen als gevolg van de reddingsacties. Griekenland is al aan zijn tweede “reddingspakket” toe, en slaagt er niet in de nodige groei te creëeren om zijn staatsschuld van weldra 180 procent van het BBP terug te betalen. Ook extra bailouts van Ierland en Portugal worden op obscure wijze beslist. Beide landen verkregen immers reeds tot twee maal toe de voorbije maanden een lagere interest voor de leningen die ze krijgen, waardoor ze nu zelfs nul procent betalen daarop. Ierland en sinds kort ook Griekenland maken bovendien ook gebruik van het zogenaamde “Emergency Liquidity Assistance” (ELA) – programma van de ECB, dat effectief toelaat aan de nationale centrale bank om eigen euro’s te printen en daarbij banken (via tijdelijke leningen) te voorzien van liquiditeit. Ierland heeft alvast gretig de beperking losgelaten dat dit eigenlijk tijdelijk en bescheiden zou moeten zijn, door de creatie van op zijn minst 55 miljard euro. Een gevaarlijke dynamiek.

Zelfs als Ierland, dat zijn groeivooruitzichten voor 2012 al teruggeschroefd zag, of Spanje, dat nog steeds met een gigantische private schuld als gevolg van de euro-vastgoedluchtbel kampt, tegen alle verwachtingen in toch opnieuw sterk zouden beginnen te groeien, zal het meest fundamentele probleem van de eurozone niet zijn opgelost: dat van het onmogelijk te voeren uniforme interestbeleid. De muntunie is duidelijk disfunctioneel, en iets fundamenteels moet nu gebeuren.

Dat tijdelijke bailouts plaatsvinden om een systeemcrisis te vermijden, kan worden verdedigd. Dat geen fundamentele ingrepen plaatsvinden om verder onheil te verkopen, is echter onverantwoord. Eén van de grote problemen daarbij is het Europese bankensysteem. De Ierse banken bijvoorbeeld werden perfect gezond verklaard door de zogenaamde Europese “stress-tests”, om slechts enkele maanden later Ierland aan de rand van het faillissement te brengen.

Geleidelijk aan komt er echter meer en meer druk om iets te doen, en wat moet gebeuren is overduidelijk: banken zonder voldoende kapitaalsbasis moeten uit het systeem. De schrik voor de gevolgen voor de banken verhindert immers telkenmale structurele ingrepen, zoals een Grieks faillissement. Hun aandeelhouders – ook (lokale) overheden – zullen de verliezen moeten dragen, en om financiële stabiliteit te verzekeren zal het wellicht niet anders kunnen dat alle spaartegoeden worden beschermd. Gezien het gebrek aan kapitaal zal dit echter op één of andere manier dus via het bijdrukken van geld moeten gebeuren, wat de waarde van die spaartegoeden zal aantasten. Zoals een economische wet het stelt: “There is no such thing as a free lunch.”

Dat is echter niet het plan van de Europese leiders. Zij rekenen erop om het – tijdelijke - Europese bailout-fonds te verdubbelen in eerste instantie, om op die manier via het EFSF ook banken te gaan redden (en dus niet te laten verdwijnen). In de loop van 2012 willen ze dan dat EFSF permanent maken, door het opzetten van het zogenaamde “European Stability Mechanism” (ESM), al dan niet met eurobonds, voor zover zo’n systeem al niet ongrondwettelijk is in Duitsland. Het is trouwens wel bijzonder vreemd dat net eurobonds net worden gesuggereerd als “oplossing”, terwijl er al een soort “pseudo-eurobonds” bestonden tot 2007, toen lidstaten vrij gelijklopende interestvoeten dienden te betalen.

Het is nogal duidelijk dat dit alles met de nodige politieke moeilijkheden gepaard gaat en zal blijven gaan, en daarom zal de Europese Centrale Bank ongetwijfeld dé cruciale spil blijven in het Europese schuldenweb en het rechthouden van de muntunie. Dat dit met een aanzienlijke waardevermindering van ons geld zal gepaard gaan, hoeft geen betoog, hoewel het niet zo eenvoudig is om dit ook aan te tonen.

Goldman Sachs en The Economist bijvoorbeeld argumenteren dat de ECB nog heel wat verder kan gaan in haar acties zonder dat dit noodzakelijkerwijze in inflatie moet resulteren, aangezien in een recessie geen gevaar van inflatie zou bestaan (The Economist stelt namelijk dat: “In today’s recessionary world, the ECB could buy several trillion euros-worth of bonds without unleashing inflation.”)

Een vreemde redenering, aangezien met de zogenaamde “stagflatie” in de jaren ’70 het Keynesiaanse idee reeds werd doorprikt dat economische terugval en inflatie tegelijk niet mogelijk zouden zijn. Als een natuurlijke daling van de geldhoeveelheid (als gevolg van een recessie) wordt gecompenseerd door een kunstmatige stijging (door acties van de centrale bank), wordt mogelijke deflatie verhinderd, waardoor de prijzen constant blijven en consumenten niet kunnen genieten van prijsdalingen die een economisch herstel mogelijk maken. Met andere woorden: zelfs als we geen stijgingen zien in consumptieprijzen, kan er wel degelijk sprake zijn van ontwaarding van ons geld, en kunnen we niet genieten van deflatie, om er zo weer bovenop te komen. Vaak duurt het ook een tijdje eer de liquiditeiten zich doorzetten van de balansen van banken, die de eerste ontvangers zijn, naar de reële economie. Het hangt natuurlijk allemaal wel nauw samen met meer fundamentele economische discussies tussen Keynes, de Monetaristen en de Oostenrijkse school, wat de beoordeling van de vraag of er inflatie is dus in zekere zin subjectief maakt.

In elk geval wees ECB – raadslid Bini Smaghi er in juni op dat de meting van inflatie aan herziening toe is, net als het IMF trouwens, omdat de huidige cijfers van centrale banken de voedsel- en energieprijzen niet opnemen. Bini Smaghi gaf toe dat de ECB inflatie mogelijk verkeerd heeft gemeten in al die jaren – een opmerkelijk statement.

Goldman Sachs wijst er op dat er niettemin wel degelijk een grens is aan de acties van de ECB, en die hebben meer te maken met “geloofwaardigheid”. Het publiek gelooft immers niet dat er zo iets is als een “free lunch” en dat centrale banken zomaar liquiditeit in het systeem kunnen pompen zonder dat dit effect heeft. Zeker in Duitsland, met zijn voorgeschiedenis van hyper-inflatie, ligt dit bijzonder gevoelig, en leidde het ook tot openlijk protest door huidig Duits President Christian Wulff tegen de acties van de ECB. Inflatie en zeker hyperinflatie zijn vaak een psychologisch fenomeen: wanneer het vertrouwen in de waarde van het geld zoek raakt, is men immers sneller geneigd om geld in te ruilen voor goederen, wat de prijs van die goederen dus doet stijgen.

Discussies over inflatie en hoe ver centrale banken kunnen gaan zullen in het debat de komende tijd ongetwijfeld meer en meer de kop op steken, net omdat de ECB het gedroomde vehikel is om alle bailouts door te voeren, ver weg van alle politieke obstakels. Gegeven de fundamentele kost om de eurozone bijeen te houden, is het echter onwaarschijnlijk dat waardevermindering van ons geld op “ongemerkte wijze” kan worden doorgevoerd, zeker als de langverwachte Chinese groeivertraging zich doorzet. China heeft met zijn import van goedkope goederen immers lange tijd mogelijke algemene consumptieprijsstijgingen geneutraliseerd. De ECB heeft nu reeds veel politieke schade geleden, met het vertrek van haar twee Duitse vertegenwoordigers Axel Weber en Jürgen Stark. Elke duidelijk merkbare inflatie zal op het Duitse publiek werken als een rode lap op een stier en het debat tussen de economische scholen overbodig maken. Op dat moment zal men in Duitsland de fundamentele afweging maken. Hoe vroeger, hoe beter.

Tuesday, May 10, 2011

Nederland garant voor 3,5 miljard kosten reddingsoperatie Portugal

Gepubliceerd op DDS
Hoeveel zal Nederland dienen op te hoesten voor de hulp die de Europese Unie aan Portugal geeft? Als we er van uitgaan dat net als bij de Ierse reddingsactie een derde van de 78 miljard die Portugal zou krijgen komt van leningen door zowel de Europese Commissie, het tijdelijke steunfonds EFSF als het IMF, dan komen we uit op een kostenpost voor Nederland van 3,5 miljard euro.
De steun aan Portugal moet echter nog worden goedgekeurd door Finland, wat nog steeds niet zeker is. De Nederlandse regering heeft tot dusver nog geen teken van tegenstand te kennen gegeven. Dit zou ze beter wel doen.
Die 3,5 miljard euro is formeel gesproken geen directe last voor de Nederlandse begroting, omdat Nederland enkel garant staat voor de bedragen indien die niet worden terugbetaald (althans voor het EFSF en Commissie-deel). Indirect echter betekent het wel een gevaar omdat het goed mogelijk is dat Portugal er niet in zal slagen om die steun terug te betalen. 
Het land heeft sinds het tot de euro toetrad 21 procent aan concurrentiekracht ingeboet ten opzichte van Duitsland, de belangrijkste economie binnen de eurozone. Op dit moment zit Portugal daarom opgezadeld met een overgewaardeerde munt. Aangezien het niet mogelijk is om te devalueren, bij gebrek aan nationale munt, kan Portugal enkel overgaan tot een zogenaamde “interne devaluatie”, wat zware saneringen inhoudt in zowel de publieke als de private sector. In het geval van Letland is zoiets in 2009 gelukt zonder dat het land haar koppeling aan de euro moest opgeven, maar weinigen verwachten dat Zuid-Europa daar ook politiek toe in staat is. Hans-Werner Sinn, wellicht de meest prominente econoom van Duitsland, waarschuwde er dit weekend zelfs voor dat Griekenland, waar eenzelfde scenario zich afspeelt, wel eens op de rand van een burgeroorlog zou kunnen komen te staan indien het land effectief een “interne devaluatie” van 20 of 30 procent zou doorvoeren. De prominente Duitse opiniemaker, die ook het gezaghebbende economisch instituut IFO leidt, pleit er nu voor de eerste maal voor dat Griekenland de muntunie verlaat.
Bovenop de steun die Portugal lijkt te gaan krijgen, was er vrijdag nog een onderonsje tussen Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje, waarbij Nederland niet was uitgenodigd, maar waar wel lijkt te zijn beslist dat Griekenland nog meer leningen zal krijgen dan de reeds toegewezen 110 miljard euro, omdat het land in 2012 anders op droog zaad dreigt te vallen. Dat Griekenland al een staatsschuld heeft van meer dan anderhalf keer de jaarlijkse geproduceerde welvaart lijkt daarbij van geen tel te zijn. Daarbovenop werd bekend dat er een meer voordelige interestvoet aan zit te komen voor de leningen die Griekenland en Ierland krijgen.
Misschien moet de Nederlandse regering naar het voorbeeld van Hans-Werner Sinn ook maar eens alle zaken op een rij zetten, en zich afvragen of het wel zo verstandig is om landen met torenhoge schulden met nog meer schuld op te zadelen in de hoop dat ze opeens vanuit het niets economische groei creëren om alles terug te betalen.
Dat is omdat zelfs als de Europese periferie plotsklaps door privatiseringen en besparingen een groot deel aan concurrentiekracht zou proberen te herwinnen, hogere interestvoeten van de Europese Centrale Bank (ECB) er een stokje voor zouden steken dat de noodzakelijke economische heropleving er komt.
Op dit moment bedraagt de inflatie in Duitsland officieel 2,4 procent en in de hele Eurozone 2,8 procent, ver boven de doelstelling van de ECB om de geldontwaarding met niet meer dan 2 procent te laten oplopen. Die inflatie is een gevolg van de lage interestvoeten die de ECB hanteert terwille van de Europese periferie.
Indien de ECB de interestvoeten laat oplopen (waar ze even een kleine aanzet toe heeft gegeven, die ondertussen alweer werd afgezwakt, komt de Europese perferie zwaar in de problemen. Berekeningen geven aan dat als gevolg van de zeer bescheiden stijging van de interestvoeten die de ECB plande, in Spanje gemiddeld 1000 euro extra zou moeten worden afbetaald voor elke bouwlening, wat een duidelijk effect zal hebben op de Spaanse economie.
Specifiek voor Nederland, waar inflatie toch ook 2 procent bedraagt, is er het gevaar dat de zeer lage interestvoeten vormen voor de Nederlandse pensioensreserves. Althans de grote Nederlandse pensioenfondsen waarschuwden verleden zomer dat als de interestvoeten zo laag blijven, het Nederlandse pensioenstelsel ondermijnd wordt omdat ze hun beloftes aan hun klanten nooit kunnen waarmaken in zo’n omgeving.
In een muntunie is slechts een uniform interestbeleid mogelijk. In het verleden waren de interestvoeten veel te laag voor de Europese periferie, met als gevolg een orgie van private schulden, publieke schulden en vastgoedluchtbellen. Op dit moment zijn ze veel te laag voor het centrum van de Eurozone, waar via inflatie en reddingsprogramma’s betaald wordt voor het bijeenhouden van de muntunie.
Hoe verantwoord is het voor de Nederlandse regering ten opzichte van hun belastingsbetalers om blanco checques te blijven uitschrijven zonder dat er enige garantie is op beterschap? Hoe verantwoord is het ten opzichte van de burgers van Zuid-Europa om hun overheden op te zadelen met nog meer schulden, zonder vooruitzicht op groei om die schulden te betalen?
Een gedeeltelijke kwijtschelding van schulden zal onvermijdelijk zijn, en om dat tot een duurzaam succes te maken moet de eurozone op kleinere leest worden geschoeid, zodat de periferie van hun overgewaardeerde munt verlost raakt, en een optimaal interestbeleid voor de muntunie toch al een stuk minder onmogelijk wordt.
Voor de Europese (en andere) banken zal dit een heel duur verhaal worden, gezien zij de grootste schuldeisers zijn van de landen in problemen, en daarom moet dringend werk worden gemaakt van wat in 2008 grotendeels verzuimd werd: een grondige herstructuring van het Europese bankenlandschap. Alle Europese banken moeten opnieuw behoorlijk worden gekapitaliseerd en de zombiebanken moeten uit het systeem. Dat kan door echte “stress tests” te doen, niet dus zoals de EU het nu aanpakt, en er ook gevolgen aan te verbinden.
Harde, pijnlijke beslissingen, maar zoals het spreekwoord zegt, maken zachte heelmeesters stinkende wonden.

Saturday, January 01, 2011

The EU Summit















"The bottom line is they a€™re thinking of putting more tax payers' money on the table in order to supposedly save the euro and the problem with that is they'€™re not dealing with the core problems the euro is suffering from", Pieter Cleppe, head of the Brussels office of think tank Open Europe told CNBC on the EU leaders meeting in Brussels (16 December 2010).
CNBC Express.be

Wednesday, July 07, 2010

Not quite matching Kublai Khan's example

The fifth Khan of Persia was named "Gaykhatu," which means "amazing" in Mongolian. After recklessly squandering the money left by his predecessors he was in no position to cope with a massive rinderpest epidemic that began devastating his subjects' livestock in 1294. Amazing came up with an amazing solution to his financial problems: paper money.

Invented by his boss, Kublai Khan (see picture), back in China the idea of paper money was a godsend. He would print up certificates just like the Chinese ones, decree death for anyone who refused them, and all his problems would be solved. Amazing! Unfortunately for Amazing he did not fuss too much with technical details like convertibility and capital controls, which Kublai Khan had agonized over, and the result was the total failure of the project. Economic chaos ensued. Amazing was deposed and put to death the next year. ( Source: Mises.org )

Wednesday, May 19, 2010

That other monetary crisis in the West

ECB President Jean-Claude Trichet spoke last week about the worst situation since World War II. Somewhere in comments of readers I read the remark that he had better spoken about a similar crisis as the one which has brought about World War II.

How did that crisis came accross?

WW II was caused by the crisis of money, particularly in Germany with the hyperinflation of the Weimar Republik.

Also in the U.S. a money crisis occurred at the same time:

- The spectacular crash of 1929 followed five years of reckless credit expansion by the Federal Reserve System under the Coolidge administration (Source).

- The Great Depression that quickly superseded and distorted the benign recession-adjustment process was not in any sense caused by monetary deflation but by government-induced nominal wage rigidities....This explains why such a large depression occurred in the 1930s, but not in the early 1920s, which was a period of comparable deflation and monetary contraction, but when firms cut nominal wages considerably. (Source)

The response of FDR resulted in the following statement of his Finance Minister in 1938:

"We have tried spending money. We are spending more than we have ever spent before and it does not work. And I have just one interest, and now if I am wrong somebody else can have my job. I want to see this country prosper. I want to see people get a job. I want to see people get enough to eat. We have never made good on our promises. I say after eight years of this administration, we have just as much unemployment as when we started. And enormous debt to boot." - Henry Morgenthau, May 1938, FDR's Treasury Secretary (Source)

Needless to add the same process happened, to a far more dramatic extent, in Europe.

Any similarities with the current Crisis?

Let's not get as gloomy as Doctor Doom, but let's hope that somewhere, somebody will say stop to this madness.

UPDATE: Related to this, Zero Hedge cites an interesting op-ed by former US President Hoover addressing FDR in 1938, warning the New Deal might lead the US to fascism: "The torch of liberty has been dashed out by some sort of fascism in 14 nations of more than 240,000,000 people - they all undertook new deals under some title, usually planned economy."

Wednesday, February 10, 2010

Open Europe press release: Bailing out Greece will send the eurozone and the EU down the wrong path

A Greek bailout: is it legally possible and what will it cost to EU taxpayers?

10 Feb 2010
 
 
As EU leaders gather in Brussels to discuss the crisis facing the eurozone, Open Europe has published an overview of the ways in which Greece could be bailed out by the EU and what these solutions could cost European taxpayers. A bailout now looks more likely, as markets continue to react to reports that EU leaders have in principle agreed to extend aid to Greece. 

However, Open Europe argues that an EU-led bailout will come with huge economic and political risks, and will for the first time make Europe’s taxpayers fully liable for an individual country’s debts, while centralising new economic powers at the EU-level. 

Open Europe’s Pieter Cleppe said:
 
“Bailing out Greece will send the eurozone and the EU down the wrong path. It will send the signal that mismanaging a country’s economy is no big deal, which in turn would undercut Europe’s budget discipline at a time when we need restraint more than ever.” 

“A large scale bailout would make taxpayers across Europe liable, either directly or indirectly, for the mistakes of a government over which they have no democratic control. Such a policy simply isn’t reasonable and lacks public support.” 

“This crisis has revealed the inherent frailties of the euro. The public has never been asked, and is understandably reluctant, to give a mandate for a formal mechanism of fiscal transfers from the richer to the poorer members of the eurozone. Without such a mechanism, a one-off bailout will only see the euro project through to the next crisis and leave its long term problems unsolved.” 

To read Open Europe’s briefing click here: http://archive.openeurope.org.uk/Content/Documents/PDFs/greecebailout.pdf 
 
Key findings:
 
· All of the options on offer carry significant costs for the eurozone and, in some cases, for the other non-eurozone members of the EU, such as the UK.
· The legality of a bailout under the EU Treaties is doubtful – of the ten options for a bailout which Open Europe looked at, only one is unambiguously legal under the Treaties, meaning that EU leaders are set to bend EU law if going ahead with a rescue package. This sets a worrying precedent.
· Open Europe also finds that a bailout of Greece could cost EU taxpayers up to €30 billion in a first instalment. Meanwhile, British taxpayers could be affected in six out of the ten alternatives currently being considered for a possible bailout of Greece.
· However, a one-off bailout would not address the enormous discrepancies in competiveness and productivity between different eurozone members, which continue to put the eurozone under strain.
· If these structural differences are to be overcome and the eurozone is to survive for the long term, ongoing fiscal transfers from the rich German-led bloc to the poorer bloc, consisting of countries such as Greece and Spain, might be the only feasible option. Calculations by Banque AIG in 2008 suggested that such annual transfers could be of the order of seven percent of German GDP – which dwarfs the amounts involved in a one-off rescue operation.
· There is very little popular support for a one-off bailout, much less for ongoing transfers. An Open Europe poll of German voters in 2009 found that 70% were opposed to using taxpayer funds to bail-out countries in financial difficulties such as Ireland or Greece[1].
· Open Europe concludes that, taking all short term alternatives into account, EU leaders should either let Greece default, in order to avoid a massive moral hazard scenario which could impose even higher costs down the road, while also avoiding policies for which there is no popular support; or go to the IMF, which has the necessary experience in coming to the rescue of individual countries. This would also avoid the huge complications involved in cross-border transfers of money and establishing central EU economic governance.
· However, these short term measures will not address the structural lack of competitiveness that affects not only Greece, but also countries such as Spain and Portugal. The lack of a public mandate or support for establishing a formal system of fiscal transfer from poorer to richer eurozone countries will leave EMU with long term frailties that will be exposed again in future economic crises. 

OPTIONS FOR AN EU BAILOUT OF GREECE
1. Direct bailout
Costs: Unclear, but possibly up to €30bn in first instalment/moral hazard.
UK taxpayers affected? Yes
Is it legal? Probably not
2. Early payment of cohesion funds
Costs: €18.1 bn
UK taxpayers affected? Yes
Is it legal? Yes
3. Extending balance of payments facility
Costs: EU taxpayers liable/moral hazard
UK taxpayers affected? Yes
Is it legal? No
4. Common eurozone bonds
Costs: Punishing fiscally sound countries/moral hazard
UK taxpayers affected? No
Is it legal? Probably not
5. Setting up a European Monetary Fund
Costs: EU taxpayers liable
UK taxpayers affected? Yes
Is it legal? Probably not
6. Bilateral or multilateral loans
Costs: Place burden on a few member states/moral hazard
UK taxpayers affected? No
Is it legal? Probably not
7. Loans or investments by EIB
Costs: Risks transferred to EU taxpayers
UK taxpayers affected? Yes
Is it legal? Unclear
8. EU governments or EIB buy Greek bonds
Costs: Risks transferred to EU taxpayers
UK taxpayers affected? Yes
Is it legal? Unclear
9. ‘Interest rate bailout’ by ECB
Costs: Unsuitable interest rates for the ‘German bloc’ of eurozone countries that could cause inflation
UK taxpayers affected? No
Is it legal? No
10. Indirect bailout by ECB
Costs: Transfers costs of Greek borrowing to rest of eurozone and could cause inflation in the longer term
UK taxpayers affected? No
Is it legal? No

Saturday, January 09, 2010

Liever premier Van Rompuy dan president Van Rompuy

De Morgen, 19 november 2009

Pieter Cleppe stelt dat een benoeming van Van Rompuy geen goed vooruitzicht biedt voor kleine landen. Cleppe leidt het Brusselse kantoor van de denktank Open Europe, die zich richt op fundamentele hervorming van de Europese Unie, www.openeurope.org.uk. Wordt Herman Van Rompuy een dezer dagen op het schild gehesen als eerste EU-president, dan is dat geen reden tot juichen, schrijft Cleppe. Cleppe, die zich tussen eurofederalisme en -scepticisme in profileert als een eurorealist, voerde de voorbije dagen in Britse en andere Europese pers scherp campagne tegen de premier van zijn land. "Herman Van Rompuy als Europees president: geen goed vooruitzicht voor kleine landen."


***

Vandaag of in de komende dagen wordt duidelijk wie de eerste "President van de Europese Unie" zal zijn. Premier Herman Van Rompuy (CD&V) lijkt alvast een goede kans te maken. De benoemingsprocedure is minder transparant dan een pausverkiezing en zoals een diplomaat het de afgelopen dagen stelde, mocht men dan ook de "kremlinologie" weer van onder het stof halen, wat de kunst was om te weten te komen wat er zoal omging in de machtscorridors van het Kremlin voor 1991. Wat een contrast met de verkiezing van de Amerikaanse president, waarbij miljoenen hun stem kunnen uitbrengen en die wereldwijd emotie losmaakt.

Dat België de eerste Europese president zou mogen leveren, heeft zonder twijfel een aantal voordelen voor ons land, net zoals het een eer is dat Jacques Rogge IOC-voorzitter is. Nochtans wegen die beperkte voordelen niet op tegen de nadelen van de visie die Herman Van Rompuy heeft - en met hem een groot deel van de Belgische politieke klasse - over de Europese Unie. Volgens die visie moet het vetorecht van lidstaten zoveel als mogelijk sneuvelen, ook op het vlak van justitie, binnenlandse zaken, fiscaliteit, sociaal beleid en buitenlands beleid, zoals het Europees programma van CD&V stelt. De Europese Grondwet moest er voor de partij in 2004 "hoe eerder hoe liever" komen. Van Rompuy zelf stelde al in 1989: "Eenmaal de EMU gestalte heeft gekregen, zal het streven naar de politieke unie een extra elan krijgen als logisch en onmisbaar complement van de EMU." Ongetwijfeld vertolkt hij de grondstroom onder onze politici.

Regelneverij

Nochtans zouden zij beter moeten weten. Zoals een studie van Open Europe duidelijk maakte, is 69,5 procent van de impact van regulering in ons land afkomstig van het Europese beslissingsniveau. Toegegeven, de nationale regeringen hebben daar via hun vertegenwoordigers in de Raad een belangrijke zeg, maar de transparantie in de totstandkoming van de wetgeving is er ondermaats. Misschien net daarom houden regeringen zoveel van de EU?

Het is ronduit onrustwekkend te noemen dat meer dan twee derde van onze voorschriften van het meest gecentraliseerde beleidsniveau afkomstig is, waar de macht van de democratisch verkozen regering van één land om belangrijke beslissingen te wijzigen, miniem is. De impact van die voorschriften is dan nog eens toegenomen met 50 procent in de laatste vijf jaar, ondanks pogingen zoals de "Better Regulation Agenda", een goedbedoeld initiatief van de Europese Commissie tegen regelneverij.

Herman Van Rompuy hebben we daar nog niet over gehoord. Integendeel, hij was steeds een groot voorstander van het Verdrag van Lissabon, dat het nog makkelijker maakt voor de EU om tal van nieuwe wetten te maken. Die vrees zorgde er volgens de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung alvast voor dat het nieuwe Duitse regeerakkoord een voornemen voorziet om de Europese regels niet nog eens aan te dikken bij de omzetting naar nationaal recht, zoals vaak gebeurt. Voor een KMO¿land als het onze zou de zorg om overregulering tegen te gaan op de eerste plaats moeten staan. Het makkelijker maken voor een reguleringsmachine om nog meer wetten te maken, zou daar niet mogen bijhoren.

Van Rompuy verdedigde afgelopen week - op een geheime bijeenkomst - het idee van een Europese belasting op financiële transacties. Opnieuw gaat hij daarmee in tegen het belang van kleine landen zoals het onze. Niet alleen verdwijnt daarmee de discussie over landen zoals België die netto bijdragen aan het Uniebudget, dat overigens verleden week voor het vijftiende jaar op rij geen goedkeuring kreeg van de Europese rekenkamer. Bovendien zorgt het harmoniseren van de tarieven in de praktijk ook voor hogere belastingen. Zij die daarvan kunnen meespreken, zijn onze horeca-uitbaters. Jarenlang eisten zij om een verlaging van het btw-tarief van 21 procent, en hoewel nagenoeg alle Belgische democratisch verkozen politici het daarmee eens waren, heeft het toch tot verleden jaar geduurd eer dit mogelijk werd.

Geen wonder, aangezien een akkoord op EU-niveau noodzakelijk was over dat Europese belastingtarief. Zo moeilijk is het nochtans niet: als je als klein land de beslissingen laat nemen door de EU, verlies je heel wat macht.

Ontspoord EU-project

Laat er echter geen twijfel over bestaan: de EU was bij haar ontstaan een goede zaak, en in de eerste plaats voor kleine landen. De EU heeft vrijhandel en vrij reizen mogelijk gemaakt, maar helaas is dit mooie project de voorbije twintig jaar ontspoord tot een project voor een Europese superstaat, al wilden sommigen dat al van in het begin.

Eén van de meest onrustwekkende evoluties vindt momenteel plaats op het vlak van de burgerrechten, en net daar vergroot het door Van Rompuy geliefde Verdrag van Lissabon de macht van de Unie het meest. Het recente protest van de Liga voor de Mensenrechten tegen de databewaringsrichtlijn die aan internetproviders oplegt om allerlei data lange tijd te bewaren is maar één van de vele voorbeelden. Er zijn ook de pogingen van de EU om de grootste database ter wereld van vingerafdrukken te creëren, of het project INDECT, waarbij de EU dure technologie bestelt die moet dienen om internet en computers automatisch te kunnen bewaken, om zo "abnormaal gedrag" vast te stellen.

Het leidt geen twijfel dat iemand met de profileringsdrang als Tony Blair weinig zou bereiken als Europees president. Herman Van Rompuy daarentegen kent als geen ander de kunst om achter de schermen gaandeweg aan de weg te timmeren, wat ook de wijze is waarop de EU gaandeweg heel wat macht heeft verworven. Als hij het juiste kompas zou hebben en ook maar één van de bezorgdheden over de koers van de EU zou delen, zou hij misschien een goede president zijn, maar helaas ontbreekt het hem daaraan.


Britse pers laat zich voeden door Pieter Cleppe

Pieter Cleppe in Terzake op Canvas, 18 november 2009

Is Lisbon in the interest of the Czech Republic?

Czech Daily MF Dnes, 20 October 2009

European Commission President José Manuel Barroso said that “it is not in the Czech Republic 's interest to keep postponing the completion of the ratification of the Lisbon treaty”. It’s not clear whether this remark by the top Commission official was meant as a threat or a claim, but it is worth looking into what the Lisbon Treaty would actually mean for the Czech Republic. The Lisbon Treaty means a critical transfer of power to the European Union. It will make it easier to pass laws in Brussels rather than in national parliaments like the Parliament of the Czech Republic.

Firstly, it abolishes over 60 national vetoes - a country's right to say no. The Czech Republic will give up its right to veto new EU laws on everything from what rights criminal suspects should have to aspects of foreign policy. If you don’t like what is proposed then that’s too bad, because the Czech government won’t able to say veto EU laws it dislikes. At the same time a new voting system also lowers the threshold for passing laws in the areas where majority votes are taken. The new version of the Qualified Majority Voting (QMV) system is complicated - but one of its main features is to sharply downgrade the influence of small member states.

According to a study by academics at the London School of Economics, the power of the Czech Republic to block laws it dislikes will be cut by a massive 51% under the Lisbon Treaty, compared with less than 2% for Germany. This means it will be much more difficult for the Czech Republic to steer new EU rules in the right direction. These changes to the voting system inevitably mean we will find that the EU will produce more laws than ever before. Open Europe has found that the annual cost to Europe of EU regulation has soared over the last five years by more than 50% from €108bn to over €161bn – and with Lisbon this is set to rise even higher.

Moreover, the study also found that 62 percent of the cost of regulations in the Czech Republic is already coming from the EU, where it is more difficult to exercise democratic control of laws than it is at the national level. Under Lisbon this will only get worse. If we are going to compete with America and China the last thing European business needs is to make it easier for unaccountable EU institutions to churn out even more red tape. But this isn’t just about business. If the Lisbon Treaty came into force, it would greatly expand the EU's control over important areas of public policy. For the first time the EU would begin to make important decisions over issues such as healthcare, transport and sport.

It would also give the EU huge new powers over extremely sensitive issues such as decisions on criminal justice. Under the Treaty the European Court of Justice would effectively become the Czech Republic's highest criminal court. Unelected EU judges would increasingly begin to determine Czech criminal law, for example, rather than the Czech courts and Czech voters. It has been said by EU leaders that this will be the last big EU Treaty for a long time. Indeed it is, but not because the appetite to constantly transfer power to the EU will disappear. It’s because the Lisbon Treaty introduces a system to make the Treaty self-amending, meaning EU leaders can change the treaties incrementally, without the need to go back to their electorates or national Parliaments.

It is a common myth that the Lisbon Treaty brings greater powers for national parliaments. In fact, the combination of the loss of policymaking powers to the EU level, the loss of the national veto brought by the increase in the use of majority voting, and new arrangements for amending the treaties means that national parliaments will have less influence on policymaking than ever before. As the German Constitutional Court recently pointed out: “The status of national parliaments is considerably curtailed by the reduction of decisions requiring unanimity and the supranationalisation of police and judicial cooperation in criminal matters.”

Under the Treaty the Charter of Fundamental Rights becomes legally-binding for the first time. It is likely to affect national law and give the European Court of Justice substantial new powers. The European Commission has confirmed that the Treaty of Lisbon introduces new rights. How the ECJ will use these powers is difficult to predict, so President Klaus is right to ask for stricter legal guarantees. And it would be no bad thing if this delays the Treaty for a few months. Having bullied the Irish people in voting a second time on the Treaty, when they had already rejected it, EU leaders are desperate to pass this Treaty and will stop at nothing to cajole the Czech President into signing it. We must resist this anti-democratic trend.

Polls show that a majority of people all around the EU wanted a say on any Treaty handing new powers to the EU, including 82% of Czech voters, but they were ignored. In the UK, the public is crying out for a vote, and the Conservative Party, which looks likely to win the next election in a few months’ time, has promised to give them a say if the Treaty is still not in force by then. Everything depends on what President Klaus decides to do next. It is only by resisting the entrenched forces prevalent in the EU institutions and in EU capitals that we can hope to stop this undemocratic Treaty once and for all and force Europe to change for the better.

Pieter Cleppe is the Head of the Brussels office of Open Europe