Tuesday, January 19, 2021

Het brexit-handelsakkoord afgewogen

Oorspronkelijk gepubliceerd op Doorbraak

Het Brexit-handelsakkoord afgewogen

Net voor Kerst kwamen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk alsnog een handelsakkoord overeen. Dat was uitermate laat, zeker omdat de nieuwe regeling al inging vanaf 1 januari, waardoor er bitter weinig tijd was voor ondernemingen om zich voor te bereiden.

Het Verenigd Koninkrijk verliet de EU formeel begin 2020, maar bleef gedurende 2020 volledig toegang houden tot de EU, zonder tarifaire of niet-tarifaire belemmeringen, waarbij het land wel geen eigen handelsbeleid mocht voeren en ook niet mocht afwijken van Europese regelgeving. Dat verandert nu. Hieronder maak ik een overzicht van de voordelen maar ook de tekortkomingen van de nieuwe relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, dat samen met de Verenigde Staten en China één van de drie belangrijke handelspartners van de EU is.

Wat is er goed aan het akkoord?

Het belangrijkste voordeel van het handelsakkoord is dat er geen douanetarieven komen op de onderlinge handel, vooralsnog en met wat voorbehoud, wat ik hieronder uiteenzet. Volgens KU Leuven Professor Hylke Vandenbussche zijn op die manier toch een paar tienduizendtal jobs gered, al zouden volgens haar zelfs met een “deal" - nog steeds tot 10.000 jobs kunnen sneuvelen in ons land.

Een ander goed aspect van het zogenaamde "EU-UK Trade and Cooperation Agreement" of "TCA"  is dat er meer competitie op vlak van regelgeving en handelsbeleid komt. Net zoals op vlak van Covid-beleid Europese regeringen onder vuur kunnen komen na eenvoudige vergelijking met hoe men de zaken in het buitenland aanpakt, zal men een dergelijke dynamiek ook meer zien op vlak van regelgeving.

Het is waarschijnlijk dat het Verenigd Koninkrijk in eerste instantie niet ver zal afwijken van Europese regelgeving, bijvoorbeeld voor chemische producten, data of financiële dienstverlening, maar het staat in de sterren geschreven dat dit zal gebeuren, zeker indien de Europese Unie het huidige pad van steeds meer betuttelende regelgeving blijft bewandelen. Ook op vlak van handel krijgen de Britten nu de kans om beter te doen dan de EU, al moet het worden gezegd dat de Europese Unie op dit vlak wel degelijk uitstekend werk leverde de laatste 20 jaar. Indien de Britten handelsakkoorden met India, Israel en de Verenigde Staten zouden sluiten, zal de Europese industrie ongetwijfeld meer druk zetten op de Europese Commissie om dat ook te proberen.

Het akkoord voorziet dat als de Britten te ver afwijken van de Europese regelgevende standaarden, een onafhankelijk scheidsgerecht kan beslissen om de EU toe te laten toch douanetarieven op te leggen, indien er kan worden aangetoond dat de afwijking zo significant is dat ze een materiële impact op handel of investeringen heeft, wat niet zo evident is.

Het is een goede zaak dat men voor een onafhankelijk arbitragesysteem heeft gekozen en niet voor een rol voor het nogal activistische Europese Hof van Justitie, iets waar de EU lang voor pleitte. Men kan het vreemd vinden dat de hoogste rechtbank van één van beide partijen de rol krijgt om geschillen uit te klaren, maar tot op de dag van vandaag probeert de Europese Unie dit op te dringen aan Zwitserland. Op dit moment is in de onderlinge Zwitsers-Europese handelsrelatie nog geen judiciële geschillenprocedure voorzien. 

De Zwitsers hebben dit steeds formeel geweigerd, dus het Britse precedent kan er nu misschien voor zorgen dat de Europese Unie deze extreme eis opgeeft, waardoor eindelijk ook vooruitgang kan komen in het verder vrijmaken van de handel tussen de EU en Zwitserland.

In elk geval wordt het nu dus makkelijker voor de Britten om het anders te doen. Is GDPR wel de beste manier om data te beschermen? Is het omslachtige en dure Europese REACH-registratiesysteem voor chemische producten wel het meest innovatievriendelijk? En hoe wordt het regelgevend kader voor “fintech” best vormgegeven? De vraag is hier niet enkel of dereguleren een goed idee is, of niet. Het gaat ook over was de meest optimale regelgeving is.

Voorts werd er ook een akkoord bereikt over visserij. Dat is heel belangrijk nieuws, aangezien hiervan maar liefst 2.300 jobs van afhangen in ons land. Volgens schattingen zouden de Belgische vissers tegen 2026 een 7% van hun markttoegang tot Britse wateren verliezen, wat meevalt in vergelijking met Nederland (10%), Frankrijk (8%) of Ierland (15%). Voor Britse vissers zijn er nu evenwel meer bureaucratische obstakels om hun vis op het vasteland te verkopen. Dat is in sommige opzichten beter voor onze vissers, maar slechter voor de Europese consument.

“Last but not least”, is het feit dat er een akkoord is ook goed nieuws voor het Noord-Ierse vredesproces. Het scheidingsakkoord, dat al begin 2020 in voege trad tussen de EU en het VK, voorzag reeds dat er controles zouden komen tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland, om zo een "harde grens" te vermijden op het Ierse eiland. Begin december 2020 kwam men ook tot een akkoord over de uitvoering daarvan, maar die zou heel moeilijk worden ingeval er opeens ook heel wat douanetarieven zouden moeten worden geheven op producten die vanop het Britse vasteland Noord-Ierland binnenkomen. Zelfs met de deal zijn er nu al heel wat meer extra omslachtige douaneformaliteiten die sinds 1 januari gelden op die goederenstroom binnen het VK, en vanaf 1 april dreigt dat met het wegvallen van overgangsmaatregelen erger te worden. Die moeten met de nodige flexibiliteit wel kunnen worden opgelost. In elk geval werd het ergste scenario, van een “no deal” met douanetarieven binnen het VK vermeden, wat zeker koren op de molen van heethoofdige extremisten in Noord-Ierland was geweest.

Wat is er slecht aan het akkoord?

Douanetarieven werden misschien vermeden, maar toch is het mogelijk dat die er komen, in twee gevallen.

Ten eerste worden goederen enkel vrijgesteld van douanetarieven indien ze ook geproduceerd werden in de EU of het VK. Nadat men Chinese goederen invoert in het VK, kan men die niet zomaar als "Britse" goederen in de EU invoeren. De zogenaamde "regels van oorsprong”, die nogal omslachtig zijn, bepalen wanneer goederen dus al dan niet onderhevig zijn aan tarieven.

Ten tweede is het dus mogelijk dat er alsnog douanetarieven komen op de onderlinge handel, indien een arbitragerechtbank oordeelt dat nieuwe Britse regelgeving een materiële impact heeft op handel of investeringen heeft, wat dus een vrij verregaande vereiste is.

Zelfs zonder douanetarieven komt er heel wat douanebureaucratie bij, zoals bijvoorbeeld uitvoeraangiftes. Zeker voor kleine ondernemingen die geen handel drijven buiten de EU is dat allemaal niet evident.  

Dan hebben we het nog niet gehad over de nieuwe “niet-tarifaire” belemmeringen, waarbij de markttoegang wordt beperkt in vergelijking met de situatie voordien. Zeker voor de dienstensector is dat een grote bekommernis. De Britse City of London, het grootste financieel centrum ter wereld, verliest hierdoor een stuk marktaandeel, ook al doet ze voor 75% zaken met niet-EU partners en hebben ze de financiële slagkracht om dochterondernemingen binnen de EU op te richten. Voor kleinere dienstverleners is dat allemaal moeilijker, en het feit dat professionele kwalificaties niet langer worden erkend is een jammere zaak. 

Niet alle handel binnen de Europese Unie was reeds open gemaakt, maar sommige verworvenheden gaan nu dus wel verloren. Dat is ook zo met “Erasmus”-uitwisseling met Britse universiteiten, al is hier  in theorie in de toekomst zeker wel nog een akkoord over mogelijk. Internationale uitwisseling van studenten bestond voor het Erasmus-programma ook al.

Hoewel toerisme, met een verblijf voor niet meer dan drie maanden, perfect mogelijk blijft, wordt het voor Europeanen heel wat omslachtiger om permanent in het VK te gaan werken. Omgekeerd is dat trouwens ook zo, met name bijvoorbeeld voor Britse muzikanten, die voortaan in elk van de EU-lidstaten een werkvergunning moeten gaan aanvragen, wat onze festivals zeker parten zal spelen.

De weg vooruit?

Vrijhandel gaat over vertrouwen. In een ideale wereld drijven geïndustrialiseerde landen handel met elkaar zonder beperkingen, waarbij ze elkaars regels en standaarden eenvoudigweg erkennen en zelfs alle beperkingen op migratie eenvoudigweg worden geschrapt, aangezien er toch geen gevaar is op ongecontroleerde massamigratie tussen die landen.

In de echte wereld worden handelsstromen echter strikt gereguleerd, met allerlei bureaucratie, voorwaarden en soms ook douanetarieven. Het beste wat het VK en de EU dan ook konden bereiken is om die ellende zo veel mogelijk te beperken.

Het is nu al duidelijk dat er heel wat zaken nog niet zijn geregeld in het akkoord, dus het is van het uiterste belang om dit zo snel mogelijk te doen.

Vooreerst moeten zowel de EU als het VK bijzonder pragmatisch zijn bij de controle van de nieuwe verplichtingen, om ondernemingen de tijd te geven om zich aan te passen.

Fundamenteel moet er ook heel wat meer wederzijdse erkenning van standaarden komen. Niet enkel omdat het VK eenvoudigweg nog steeds zowat alle Europese regelgeving in voege heeft, maar ook omdat het om een land gaat dat we wel kunnen vertrouwen.

Een Europese ambtenaar maakt aan de Financial Times de visie bij sommige eurocraten duidelijk. Hij stelt: "Men kan niet verwachten dat het VK de "food import hub" van de EU blijft. Dat kan niet blijven duren." Dit is een uiting van het idee dat het opleggen van extra belemmeringen voor handel tussen VK en EU de eigen industrie zal bevoordelen.

Het is natuurlijk bijzonder kortzichtig om dat te denken. Het zal wel zo zijn dat men op die manier hier en daar wel eens een voordeel kan halen en er er zullen wel bedrijven zijn die zich in de EU vestigen als gevolg van de nieuwe EU-belemmeringen voor handel tussen VK en EU. Uiteindelijk zal zoiets echter meer kapot maken dan het goed zal doen. Als onze ondernemingen niet makkelijk de Britse markt kunnen bedienen, schaadt dat hen in hun globale groeistrategie. Bovendien wordt Europa minder aantrekkelijk voor investeerders als er grote belemmeringen komen tussen de Britse markt en die van de Europe Unie.

Enkele suggesties om de nieuwe "muur van bureaucratie" voor handel tussen VK en EU, zoals de Financial Times het noemt, wat te verzachten?

Erken professionele kwalificaties, regel tijdelijk verkeer van dienstverleners, kom wederzijdse erkenning van conformiteitsattesten overeen, als ook van data-regulering en wat mij betreft zoveel mogelijk andere regulering eveneens. Geef prioriteit aan de specifieke sectoren die door het handelsakkoord over het hoofd werden gezien. Zo worden alvast de grootste nieuwe pijnpunten aangepakt.  

Bovendien is ook een oplossing voor het nieuwe BTW-regime om handel te drijven met het VK nodig. Op dit moment, dienen Britse bedrijven in verschillende EU-lidstaten een BTW-registratie gaan doen, wat omslachtig is en heel wat Britse webshops er toe deed besluiten niet langer klanten in de EU te bedienen. BTW is al bijzonder complex zonder brexit, maar een oplossing kan er eventueel in bestaan dat de Britse regering een jaarlijkse vergoeding betaalt aan de EU in ruil voor het wegvallen van BTW-formaliteiten voor Britse ondernemingen, met uiteraard een gelijkaardige regelgeving voor EU-ondernemingen die in het VK verkopen.

Het was altijd al onvermijdelijk dat Brexit tot meer handelsbeperkingen zou leiden. In het ideale scenario was het VK lid van de EU gebleven en had de EU oor gehad voor de Britse verzuchting om de EU te heroriënteren naar haar kernopdracht: het wegwerken van handelsbelemmeringen. Ironisch genoeg zorgt Brexit ervoor dat nu duidelijker dan ooit wordt hoe belangrijk het vrijhandelskader is dat de EU biedt. Dat kader komt in gevaar wanneer de EU zich inlaat met "Eurofederalistische" experimenten om steeds meer macht te verwerven, aangezien het gebrek aan democratische legitimiteit voor een "blowback", zoals het Brexit-referendum, kan zorgen.

Er is een intense economische en historische verwevenheid tussen de Britse eilanden en het vasteland. Reeds in 1496 kwamen Londen en de handelsmogendheden op het Europese vasteland, met Bourgondische Nederlanden op kop, een voor die tijd verregaand handelsakkoord overeen, het zogenaamd "Intercursus Magnus".  Ook al zorgt het hedendaagse handelsakkoord EU-UK TCA voor een inperking van de handel, vormt het toch een goede basis om terug zo dicht mogelijk aan te knopen bij de handelstoegang die er voor 1 januari was, maar dan met heel wat meer regelgevende competitie, in het belang van de beide kanten van het Kanaal.

 

 


Thursday, January 07, 2021

Een kritische analyse van het Europese vaccin-beleid

Oorspronkelijk gepubliceerd op BusinessAM


In de Europese Unie is gezondheidsbeleid een nationale bevoegdheid. Niettemin gebeurt de goedkeuring van coronavaccins door de Europese Commissie en werd ook de verantwoordelijkheid om te onderhandelen met farmabedrijven over de aankoop ervan toevertrouwd aan het Europese niveau. Bij beide zaken lijkt het te zijn mis gegaan.


Dat Israël, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en andere landen fors voorop lopen op EU-landen in de race om het vaccin toe te dienen kan natuurlijk niet zo maar aan de Europese Unie worden toegeschreven. De uitrol van het vaccin is immers een nationale – en soms zelfs regionale of lokale – bevoegdheid, terwijl niemand ook veel kan doen aan productievertraging bij de fabrikanten. 

Hoe vroeger de goedkeuring, hoe vroeger men kan beginnen vaccineren

Toch hangt veel af van de goedkeuring van het vaccin. Hoe vroeger de goedkeuring, hoe vroeger men kan beginnen vaccineren. Het Verenigd Koninkrijk, dat in 2020 nog steeds de EU-regels diende te volgen, maakte gebruik van een uitzonderingsprocedure om het Pfizer-vaccin goed te keuren enkele weken voor de EU dat deed, en kon dan ook een stuk eerder beginnen met de uitrol. Volgens de Duits-Turkse uitvinder van het vaccin, Ugur Sahin, had de Europese vertraging niets met wetenschappelijke redenen te maken, maar enkel met procedurele, die dan weer volgens Belgische beleidsmakers te verkiezen zouden zijn. Premier Alexander De Croo beweerde zelf: “In het VK hebben ze hun bevolking als proefkonijnen genomen.”

Nog belangrijker is wellicht de goedkeuring van het AstraZeneca-vaccin. Volgens Duits parlementslid Karl Lauterbach, de woordvoerder voor gezondheidsbeleid van de Duitse regeringspartij SPD, ‘zal het van het AstraZeneca-vaccin afhangen of Duitsland het al dan niet goed zal doen of niet’, wat betreft de doelstelling om tegen het einde van de zomer 60 procent van de bevolking te vaccineren.

Het Verenigd Koninkrijk keurde dit vaccin al goed en begon op 4 januari zelfs al met de inenting ervan. Het Europees Geneesmiddelenagentschap zal het daarentegen pas ten vroegste in februari goedkeuren. Dat heeft ook wel te maken met het feit dat AstraZeneca nog geen officiële aanvraag ter goedkeuring bij de EU heeft gedaan, maar het doet allemaal toch veel vragen rijzen.  

België voorziet in de planning dat het niet voor maart met dit vaccin zal kunnen beginnen inenten, en wellicht zal het in Duitsland en de rest van de EU niet veel vroeger zijn. Dat kan wel eens een bijzonder groot verschil maken. 

Het Verenigd Koninkrijk keurde zoals gezegd het Pfizer-vaccin begin december goed, binnen de krijtlijnen van EU-regelgeving, en het AstraZeneca-vaccin begin januari. Wat als de Europese Unie dezelfde snelheid had gevolgd – of iets trager dan – wat betreft het AstraZeneca-vaccin?

Wat als er een derde golf komt?

Gedurende de hele maand december en januari had men dit vaccin dan al kunnen toedienen aan de meest kwetsbaren en het zorgpersoneel. Laat ons hopen dat er uiteindelijk geen derde golf komt, maar volgens professor microbiologie en immunologie Hans-Willem Snoeck (Columbia University) is die bijzonder onwaarschijnlijk

De Britse variant van het Covid-virus verspreidt zich heel wat sneller, waardoor die variant ook heel wat meer slachtoffers kan maken, zelfs indien die niet dodelijker zou zijn dan eerdere varianten. Op dit moment is er al een enorme stijging in Ierland, de dichtste buur van het VK. In Ierland is sinds Kerstavond het aantal personen dat met Covid op intensieve zorgen ligt vervierdubbeld, op minder dan twee weken dus.

België heeft hoogste ‘oversterfte’ in westerse wereld

België pakte Covid al bijzonder slecht aan in 2020, dus een nieuw drama bij een derde golf moet men echt proberen te vermijden. Als men naar de ‘oversterfte’ kijkt – wat een vergelijking is van het aantal sterfgevallen in 2020 met voorgaande jaren, wat dus het probleem wegwerkt dat niet alle landen Covid-sterftes op dezelfde manier aangeven – ziet men dat er in de westerse wereld geen enkel land is met een dergelijke hoge oversterfte. Die bedroeg – volgens cijfers van de Financial Times – zo maar even 26% voor België in 2020, heel wat meer dan onze buurlanden (Nederland en Frankrijk: +11%, Duitsland: +4%, VK: +18%) en zelfs meer dan Spanje (+24%) en Italië (+15%). Ook het ‘Amerika van Trump’ deed het minder slecht, met +18%. Men moet al naar Istanboel gaan (+28%) om gelijkaardige dramatische cijfers te zien, al is het nog niet zo erg als in Mexico (+53%) of Peru (+89%) . Ondertussen kenden Denemarken en Zuid-Korea helemaal geen oversterfte, terwijl het zogenaamd ‘lockdownvrije’ Zweden met 12% het ook niet goed deed. 

De graad van lockdownbeperkingen lijkt trouwens niet direct een sterke factor – in tegenstelling tot zaken zoals grenscontroles en medische capaciteit, wat dan gaat over performant ‘test and trace’-beleid alsook beschikbaarheid van medisch materiaal. Spanje deed het nog slechter dan ons land tijdens de eerste golf, maar tijdens de tweede golf afgelopen herfst was de oversterfte binnen het Westen nergens hoger dan in België. 

Een snellere goedkeuring van het vaccin had dus op zijn minst de mogelijkheid geboden aan België om op dezelfde doortastende manier als Israël te werk te gaan bij de uitrol van het vaccin. 

Prioriteit voor de bewoners van de woonzorgcentra, ‘een puur politieke beslissing’?

Echter, ‘het is wat het is’, en in ons land is de uitrol nu wel al begonnen. Opnieuw volgens immunoloog Hans-Willem Snoeck is het vrij trage tempo te wijten aan het feit dat ‘er in die klinische studies van Pfizer en Moderna onvoldoende mensen van [zeer hoge] leeftijd zaten. We weten niet hoe veilig en effectief het vaccin is bij die zeer oude populatie. De oplossing? We gaan er 700 vaccineren en dan kijken.’ Hij stelt bovendien dat prioriteit voor de bewoners van de woonzorgcentra (‘WZC’s’) ‘een puur politieke beslissing’ is en ‘een reactie op een nogal vernietigend rapport van het WHO over ons beleid in de WZC’s’.

Hij wil integendeel voorrang voor het zorgpersoneel, en stelt: ‘Vrijwel alle andere landen kiezen voor het beschermen van de ‘eerstelijn’. Ook wij moeten dat doen. Want de gezondheidszorg moet overeind blijven. En we hebben die mensen nog hard nodig om te vaccineren. (…) Waren we met Kerstmis begonnen, we waren al bijna klaar.’ Het moet gezegd dat sommige andere wetenschappers, zoals bijvoorbeeld Marc Noppen, de ceo van UZ Brussel, geen voorstander zijn van prioriteit voor het zorgpersoneel. 

Verdedigers van het EU-beleid stellen dat de relatief tragere vaccinatie in Europa door problemen bij productie zit, en dat de uitrol nationaal ook veel te wensen overlaat. 

Vooreerst maken nationale beleidsfouten uiteraard fouten op EU-niveau niet goed. 

Maar bovendien het volgende: indien Hans-Willem Snoeck het bij het rechte eind heeft en het cruciaal is om eerst het zorgpersoneel in te enten, betekent dit dat het tijdstip van de start van de vaccinatiecampagne wel degelijk extreem belangrijk is, ook al beschikt men maar – als gevolg van productiebeperkingen – over een fractie van het aantal vaccins die nodig zijn. 

‘Europese Commissie heeft de aankoop van vaccins te bureaucratisch gepland’

Naast de goedkeuring van vaccins was ook de onderhandeling over de aankoop ervan een verantwoordelijkheid van het EU-niveau.

Hiervoor kwam de EU reeds zwaar onder vuur, met name in Duitsland. De leider van de Beierse Minister-President, Markus Söder, viel de EU Commissie frontaal aan: ‘de Europese Commissie heeft de aankoop van vaccins te bureaucratisch gepland en te lang gedebatteerd over de prijs. Het valt moeilijk uit te leggen dat een in Duitsland ontwikkeld vaccin elders sneller ingezet kan worden’. Ook Duitse media zoals Bild en Der Spiegel kwamen scherp uit de hoek.

Het zal wel zo zijn dat een deel van de Duitse kritiek op de Europese Commissie is ingegeven door de strijd binnen de regerende CDU om de opvolging van Angela Merkel, waarbij de Minister van Volksgezondheid, Jens Spahn, één van de kanshebbers is. Ook in de Zweedse en Deense pers vielen er echter heel wat kritische geluiden te horen over de Europese aanpak. De voormalige Zweedse sociaal-democratische Minister Leif Pagrotsky, stelde in een opiniestuk zelfs voluit dat voor de Britten ‘de uittrede uit de EU levens redt’. Juridisch is dat niet juist, omdat ook andere EU-landen de uitzonderingsprocedure hadden kunnen volgen, maar men kan wel beargumenteren dat zonder brexit de Britten die politieke optie minder snel hadden gekozen.

Falen kost mensenlevens én geld

Het Duitse weekblad Der Spiegel vindt alvast dat de Europese Unie gefaald heeft in haar missie, en schrijft dat het gaat om ‘een falen, dat nu in de winter, op het hoogtepunt van de pandemie, niet enkel vele mensenlevens zal kosten, maar ook zeer veel geld. Dit terwijl de EU met haar gepoker net geld wilde besparen’. 

Het fundamentele probleem bij de Europese aanpak is dat de bestelling van het vaccin veel te laat gebeurde. 

De Europese Unie bestelde immers pas op 11 november 200 miljoen dosissen van het Pfizer-vaccin, terwijl de Verenigde Staten dat reeds op 22 juli deden. Daarbij zou de EU bovendien een aanbod hebben afgeslaan om nog eens 500 miljoen extra dosissen aan te kopen. Integendeel kocht het op 17 november 400 miljoen dosissen van CureVac, een vaccin dat echter nog niet in het ‘Phase3 trial’ stadium zat. Men kan zeggen dat het achteraf makkelijk praten is, maar in juli reeds berichtte de Wall Street Journal dat het Pfizer vaccin klaar voor goedkeuring zou zijn tegen december, waarbij toen ook al heel wat data beschikbaar waren, maar desondanks wachtte het Europees Geneesmiddelenagentschap tot 6 oktober om die data te beginnen evalueren. 

Late bestelling heeft grote gevolgen

De late bestelling heeft grote gevolgen, want wie eerder bestelt, krijgt ook eerder levering. In het geval van Pfizer, zou de levering pas laat dit jaar, als alles goed gaat, afgerond zijn.

De vraag is dus niet of EU-lidstaten uiteindelijk genoeg vaccins zullen hebben, maar of ze er genoeg zullen hebben om tegen het einde van de zomer op zijn minst de meest kwetsbaren te hebben gevaccineerd, om te vermijden dat het zorgsysteem wordt overbelast, wat net de fundamentele reden is voor alle Covid-maatregelen.

Opnieuw volgens de Duits-Turkse uitvinder van het Pfizer vaccin, Ugur Sahin, ‘bestond blijkbaar de indruk: we hebben genoeg. Het zal niet zo slecht gaan. We hebben dit onder controle. Ik was daarover verbaasd’. 

Oorspronkelijk had de Duitse Minister van Volksgezondheid, Jens Spahn, een bilateraal initiatief genomen, los van de Europese Commissie, samen met zijn collega’s uit Nederland, Frankrijk en Italië. Merkel dwong hem in juni om hiermee te stoppen en de verantwoordelijkheid aan de Europese Commissie te laten. 

Ondertussen lijkt Duitsland toch alweer van het pad van de ‘Europese solidariteit’ afgestapt en vroeg het aan Pfizer/BioNTech eenmalige voorafname van voorziene levering, wat het evenwicht verstoorde en voor ongenoegen bij de Europese Commissie zorgde. 

Vermijden dat steun voor Europa afbrokkelt

Tot besluit: zowel op vlak van de goedkeuring van vaccins, cruciaal om zo snel mogelijk te kunnen beginnen vaccineren, als op vlak van de aankoop ervan kan men stevige vragen stellen bij de Europese aanpak – wat nationaal falen uiteraard niet goedpraat. Laten we hopen dat de fabrikanten goed kunnen volgen, want als er vaccintekorten ontstaan die grootschalige vaccinatie vertragen, zal de aandacht snel weer gaan naar de aankooppolitiek van de Europese Commissie. Zeker voor kleine, open economieën, zoals de onze, is het ook belangrijk dat de steun voor ‘Europa’ in Duitsland niet afbrokkelt, als gevolg van dit soort experimenten waarbij de Europese Commissie grote verantwoordelijkheid kreeg over gezondheidsbeleid.

Zonder ophouden vragen Europese ambtenaren meer macht op vlak van gezondheidsbeleid, maar de ervaring met Covid leert dat we daar best toch heel voorzichtig mee omgaan. Het is uiteraard een goed idee om zaken te coördineren op Europees niveau, en misschien wel zo veel als mogelijk in crisissituaties zoals deze, maar eigen beslissingsmacht over zoiets cruciaals als gezondheidsbeleid blijft toch beter op beleidsniveaus dicht bij de burger, waar politici forse druk voelen om te handelen. Dat is hoegenaamd niet altijd het geval voor het Europees niveau. 

Sunday, December 27, 2020

Tijd om het roer te wenden en de kernuitstap terug te draaien

 

Oorspronkelijk gepubliceerd op de financiële blog Consulfund

Eén van de meest opzienbare beslissingen van de nieuwe federale regering is dat ze "resoluut" kiest "voor de herbevestiging van de ‘kernuitstap’ tegen 2025. Om ervoor te zorgen dat het licht niet uit gaat, zouden die afbetaalde, niet-CO2-uitstotende kerncentrales daarbij worden vervangen door zwaar gesubsidieerde CO2-uitstotende gascentrales.

Het is echter allesbehalve de vraag of het wel realistisch is om zo snel die gascentrales “up and running” te hebben. België staat nu eenmaal niet gekend om snelheid in die zaken, allereerst vanwege het bijzonder trage vergunningsproces. Denken we maar aan de vervolmaking van de Antwerpse ring of de nieuwe gevangenissen in Dendermonde of Haren. Bovendien moet de Europese Commissie zich nog uitspreken over de wettelijkheid van het subsidiemechanisme.

Om die reden werd tegelijk in het regeerakkoord voorzien dat de kernuitstap – die bij wet verplicht werd door de paars-groene regering Verhofstadt, bijna 20 jaar geleden – enkel wordt uitgevoerd op voorwaarde dat de ‘de bevoorradingszekerheid en de impact op de elektriciteitsprijzen’ niet in gevaar komen. Indien dat zo zou blijken te zijn, dan zouden alsnog twee van de zeven Belgische kerncentrales langer open worden gehouden.

De federale regering kwam daarbij ook overeen om de uiteindelijke beslissing pas einde 2021 te maken. Dat Engie Electrabel, de eigenaar en uitbater van de Belgische kerncentrales, al begin dit jaar waarschuwde dat het bedrijf een antwoord wil, en in oktober nog waarschuwde dat een beslissing in 2021 “te laat” komt, werd daarbij volkomen genegeerd.

De opening in het regeerakkoord lijkt verantwoordelijk voor het afhaken van één van de investeerders in mogelijke nieuwe gascentrales, André Jurres. Hij stelt: “als er straks twee kerncentrales openblijven, heeft het project geen zin meer. (...) De elektriciteitsprijs op de stroombeurs is nu eigenlijk al te laag om investeringen aantrekkelijk te maken. Als straks ook 2.000 megawatt van kerncentrales blijft komen, wordt dat probleem nog groter. Ik heb de berekeningen laten maken en je krijgt dan een nog grotere prijsmisvorming. Het wordt dan voor een nieuwkomer zeer moeilijk om een gascentrale rendabel te krijgen.”

Dit lijkt te contrasteren met de stelling van de federale regering dat er sowieso extra gascentrales nodig zouden zijn, ook als er nog kerncentrales open blijven. Onder meer energieregulator Creg betwist dit.

Jurres legt echter uit: ‘Door niet te beslissen is de beslissing eigenlijk al genomen. (...) In feite weet je al dat ze twee kerncentrales zullen openhouden. Maar als daar pas eind volgend jaar echt duidelijkheid over komt, zullen het enkel de gevestigde partijen met een grote marktpositie zijn die nog in staat zijn een gascentrale te bouwen.”.

Laat nu net Engie Electrabel één van die “gevestigde partijen” zijn. Het bedrijf is van plan om in geval van een kernuitstap 400 miljoen euro te investeren in een nieuwe gascentrale in Vilvoorde en eventueel ook in Amercoeur bij Luik.

Engie Electrabel is dus voorbereid op alle scenarios: dat van een verlenging van de levensduur van enkele kerncentrales en dat van een complete sluiting. Toch liet het bedrijf onlangs weten dat het de investeringen die nodig zijn om de jongste twee kerncentrales langer open te houden, stopt, wat tot politieke ophef leidde, met protest vanuit de liberale achterban en een aanbod door N-VA voorzitter Bart De Wever van een wisselmeerderheid om de wet op de kernuitstap aan te passen, zonder dat hij daarvoor een tegenprestatie in ruil wil.

Volgens De Tijd wil Engie Electrabel “zijn onderhandelingspositie versterken voor het geval de regering-De Croo toch nog vraagt om de kerncentrales langer open te houden. Er zal dan geen sprake meer zijn van het afromen van een nucleaire rente, maar de Belgische staat dreigt Engie Electrabel dan eerder geld te moeten toesteken om de reactoren langer te laten draaien. Daardoor zou de factuur nog hoger oplopen.”

De krant onthult daarbij dat de beslissing in de regeringsonderhandelingen is gebeurd zonder grondige analyse, wat Energie-Minister Tinne Van der Straeten ook moge beweren: “Er zijn geen berekeningen die aantonen dat het scenario van de kernuitstap een haalbare kaart is. (...) Er was geen tijd voor ernstig rekenwerk, wat wel het geval was toen de regering-Michel besloot om Doel 1 en 2 langer open te houden.”

Wel zijn er studies van Elia, de hoogspanningsnetbeheerder, die wijzen op de mogelijkheid om met investeringen in de interconnectie met Frankrijk en Duitsland meer elektriciteit uit die landen te importeren. Opnieuw extra kosten dus, waarbij dan ook meer Franse kernenergie en Duitse bruinkool zou worden geïmporteerd. Dan negeren we nog de recente waarschuwingen van de Franse regering dat er deze winter in Frankrijk wel eens “blackouts” kunnen voorkomen en dat Duitsland van plan is alle steenkool- en bruinkoolcentrales te sluiten, om nog maar te zwijgen over de ervaring van afgelopen lente, waarbij de buurlanden de export van levensreddend medisch materiaal aan banden legden.  

In de eerste plaats is het natuurlijk bizar dat de groenen, van wie het eerste geloofspunt is dat CO2-uitstoot het klimaat doet opwarmen, zich zo vijandig opstellen ten opzichte van kernenergie, wat de minst gesubsidieerde energievorm is, en trouwens ook bij de meest veilige. De nadelige gevolgen voor het milieu van zogenaamde “hernieuwbare” energiebronnen zoals wind- en zonne-energie zijn onderhand ook al duidelijk, om nog maar te zwijgen van de zogenaamd “hernieuwbare” energiebron biomassa.

De federatie van grote stroomverbruikende ondernemingen, Febeliec, verzet zich fel tegen een kernuitstap, wat op zich al een teken aan de wand is hoe zeker we kunnen zijn van onze energievoorziening bij dit groene experiment om zo maar even 40% van de Belgische electriciteitsopwekking op zeer korte termijn te gaan afsluiten.

Dan is er nog het dramatische verlies aan wetenschappelijke nucleaire expertise – België is op dit vlak wereldvermaard – en last but nog least zijn er in ons land maar liefst 20.000 jobs gelinkt aan nucleaire technologie. Dat zijn hoofdzakelijk private, niet-gesubsidieerde jobs. Niet dat we er daar een overschot van hebben in dit land waar het overheidsbeslag naar 60 procent van het BBP gaat.

De gevolgen van een kernuitstap zijn pas in 2025 ten vroegste zichtbaar, zal de huidige regering die in 2024 de kiezer in de ogen moet kijken, misschien niet aanzetten tot verantwoordelijkheidszin. Een sobere blik op de feiten zou echter moeten besluiten dat alle verantwoordelijke krachten in de regering het roer moeten wenden. Met elke dag talmen, wordt de onderhandelspositie van Engie Electrabel sterker. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. De verantwoordelijke partners in de federale coalitie moeten luisteren naar de steun in de samenleving –succesvolle petities incluis - voor het openhouden van de kerncentrales. Ze moeten de wisselmeerderheid van N-VA aanvaarden en de wet op de kernuitstap zo snel mogelijk aanpassen. Nog eens zien of de groenen de regering dan durven te laten vallen.

Wednesday, December 16, 2020

Italy's return to statism spells trouble for the eurozone

Originally published by EUObserver

Last week, European leaders clinched a deal ending weeks of deadlock over Hungarian and Polish opposition to "rule of law" conditionality linked to EU spending. As a result, also the EU's €750bn "recovery fund" will be unlocked.

Italy is projected to be the biggest recipient of the fund. It would receive about €200bn, 60 percent of it in cheap loans.

There are profound questions, however, about whether the windfall of cash will truly help Italy recover or whether it will cause more problems than it solves, for Rome and the rest of the eurozone.

Italy's Central Bank has warned that "the insufficient rates of productivity we have accumulated can't be fixed by monetary policy or higher spending", pointing to the need for genuine reforms to address the stifling bureaucracy and other issues that have dinted Italy's competitiveness.

Draft plans obtained by Italian daily Corriere suggest a rather ideological approach from the leftwing government coalition. As outlined in a document, €74.3bn is earmarked for the "green revolution and ecological transition" and €17.1bn for "gender equality", while hospitals would only receive €9bn, out of the fund originally meant to support countries hit heavily by the health care crisis.

Of course, the main idea of the "recovery fund" is to cope with the economic effects resulting from Covid. In any case, the intended approach seems very much to be one of top-down economic planning.

This accelerates a worrying trend of growing state control over the Italian economy.

Italy, whose inflation-adjusted GDP is shrinking to 1998 levels, was of course never a free-market champion, but the country nevertheless embarked on some considerable privatisation during the 1990s, when former ECB president Mario Draghi was at the helm of the Italian treasury.

In recent years, however, large-scale free market "reform fatigue" has surfaced in the country. Almost 30 years of running primary budget surpluses have proven insufficient to generate growth that would compensate for the massive debt burden stemming from continuous fiscal deficits in the 1970s and 1980s.

In recent years, Rome has changed course and is increasingly pursuing a more statist course.

Matteo Renzi was probably the last Italian leader who made some reform to the country's sclerotic labour market regulations. In 2016, soon after his resignation as prime minister, the Italian government awarded a bailout to Monte dei Paschi di Siena (MPS), the world's oldest bank.

The costly rescue was an early indication of a sharp statist turn, which the "populist" coalition of League and the Five Star Movement also pursued, with increased public spending.

Coalition bailouts

The current coalition meanwhile, composed of the centre-left Democratic Party and again Five Star Movement, is going full steam ahead with more government intervention into the economy.

There is the €3bn bailout for the chronically unprofitable airline carrier Alitalia.

Also, there's the investment by Italian state lender Cassa Depositi e Prestiti (CDP) into the acquisition of Borsa Italiana from LSE Group and – coming up - into the operation of Italy's highways, which currently are privately operated by the Benetton family.

Another highly-troubling example is the Italian government's active intervention in the Italian telecom sector, in a bid to create a single national broadband champion.

To that end, the government has been pushing utility group Enel, a listed company, to sell its 50 percent stake in fast broadband operator OpenFiber, again to state lender CDP, which already owns the other 50 percent of the telecom firm. Enel, which is partly state-owned itself, seems close to folding under the pressure.

This would allow the government's plan to merge one-time monopolist TIM's landline grid with that of its OpenFiber rival to be completed.

As a result, a competitor, Tiscali, has already ceased investment in its own high-speed infrastructure, something which does not bode well for Italian consumers.

This all touches upon the heart of the digital economy, which is where growth and innovation are supposed to happen. The Italian government aims to devote €48.7bn from its recovery fund cash to "digitalisation and innovation", but what is the use, when poor service may no longer be penalised due to lack of competition?

The European Commission has cleared the first part of the operation, arguing that it "cannot be considered a concentration under EU legislation and therefore does not need to be notified under the European Merger Regulation".

However, the question is also whether there is unfair state aid, given the Italian state's outsized role in an activity supposedly reserved for the private sector.

That is because of the significant role of state lender CDP, as well as the fact that the Italian government retains a so-called "Golden Power" in TIM, allowing it to intervene in the company to protect strategic interests.

Perhaps we should give up hope that the European Commission will act as a brake on Italy's move towards more top-down government control over the economy.

The EU's competition commissioner since 2014, Margrethe Vestager—despite her zeal to reinterpret tax advantages to companies as "state aid"—has not done much to stop EU member states from bailing out companies or restricting competition.

She has notably allowed bank bailouts as well as France's nationalisation of a shipyard to prevent it from being bought by an Italian competitor.

There's increasing appetite for state intervention across the globe, but Italy is particularly poorly positioned to afford it. With its monstrous 158 percent to GDP debt burden, it is ultimately dependent on the ECB - and therefore the mercy of other countries.

In the 1980s, before they were privatised, Italy's state-owned enterprises were poorly run and "bastions of inefficiency and privilege", according to Bloomberg journalist Ferdinando Giugliano.

It's not hard to predict how this latest flirtation with statist economic policy will turn out, for Italy and for the eurozone.

Monday, December 07, 2020

Beyond the smoke and mirrors, a Brexit deal remains likely

Published in The Telegraph

Will this be the week when the shape of Brexit is finally settled? Yes, if the UK and the EU can agree their future relationship, to enter into force from the end of the “transition period”, on January 1, in a way that is legally clean.

But difficulties persist in three main areas: First of all, fisheries. Secondly, the EU’s demand for the UK to accept a “level playing field”, a regulatory “straight jacket”, in return for a degree of tariff-free market access. Thirdly, the question on how to police the terms of the deal: “governance”. On top of that, a deal is also needed on the implementation of the Northern Irish aspects of the “withdrawal agreement”, which entered into force early this year.

Irish foreign minister Simon Coveney has stated he is "more optimistic"; now about progress made by the so-called EU-UK Joint Committee here. This follows rumours that the UK would be prepared to drop elements from the UK Internal Market and Finance Bills, which the EU sees as violating the terms of the divorce deal, if an EU-UK free trade deal is concluded.

As always with these kinds of high-stake negotiations, everything is linked to everything else. When it comes to fisheries, the reports are that there has been progress over the past week, but no deal yet, despite some rumours on Sunday. France has now accepted that the EU will suffer reduced access to British waters, while there is also more awareness now in the UK that a no-deal would badly damage the fishing industry, particularly in Scotland, which relies heavily on being able to sell its fish to EU customers.

The EU is thought to be asking for 10 years of "unfettered" access to British waters while the UK is offering only a 3-year status quo on certain fisheries access so far. Even if both sides would somehow meet in the middle, concessions here will in any case be linked to concessions on the other sticking points.

The level playing field sticking point very much relates to the heart of the changes Brexit will bring about: to what extent will the United Kingdom still need to take EU regulation into account in return for receiving a degree of EU market access? In the EU’s ideal world, the United Kingdom would receive full market access, in return for taking over all of the EU’s relevant regulations, as Norway, Iceland and Liechtenstein do.

Given that this is a no-go, the EU now aims to impose some kind of level playing field straitjacket in return for a so far unknown degree of market access. Interestingly, Stefaan de Rynck, an advisor to Michel Barnier has stressed that there is a “huge difference” between 'no-deal' and a deal, especially for certain sectors like the car industry and agriculture. In my opinion, this means that UK-based manufacturing is likely to continue to enjoy a large degree of market access.

For car manufacturers, but also the chemicals and aerospace industries, it is of great importance that UK regulations covering products manufactured in the UK are recognised as “equivalent” by the EU, so these products can enter the EU, even if no tariffs were levied on them, something which seems likely, even with a degree of customs bureaucracy.

Equally, for EU food or textile producers, it’s very important that the UK accepts EU standards of production, even given the absence of tariffs. Switzerland enjoys proper EU market access for manufacturing, but not for financial services, and this is in line with Switzerland taking over most EU rules for the former sector but not for the latter.

A likely compromise between the EU and the UK could involve the EU agreeing to water down the scope of its “Level Playing Field”, meaning that the UK would accept some concessions, mainly on state aid, but not so much on environmental and social standards, which are typically quite uncompetitive in the EU.

In return, the UK would probably give some way on the core Brexit question: “governance”. This concerns the degree to which the promises made by the UK can be legally enforced: through an arbiter, or not? With a means for the EU to punish the UK by restricting market access if it violates the terms agreed? Through a unilateral EU decision or not? Those questions are of prime importance for the EU, and to the extent there will be points of EU law to be interpreted –  the EU is legally required to demand that only its own top Court - the European Court of Justice – is able to settle those questions.

In a nutshell: as long as the EU agrees to a watered down straitjacket and the UK to a binding way to enforce this, a deal will be agreed. Given the high stakes, with Covid continuing to plague the economies on both sides of the Channel, one would expect both sides to make an extra effort to avoid the damaging effects of a 'no-deal' outcome. That this would not be a rosy prospect for Britain, which would suddenly risk tariffs on half of its trade, has been widely accepted, but also for EU member states, it would mean massive economic damage at a most unwelcome time.

Germany would face a cost of 8.2 billion euros in annual exports, thousands of fishing jobs are at stake in the coastal member states and Ireland could potentially face even more damage than the UK itself, while it may even face extra checks on its exports to other EU countries, in the absence of a Northern Irish border.

Perhaps even more troubling than all the economic damage is that diplomatic ties would be hurt, at a time when the EU is witnessing ever greater political tensions between East and West, North and South. With all that in mind, EU leaders and especially Prime Minister Boris Johnson are likely to prefer to push through and seal a deal.