Wednesday, May 04, 2005

Geen hoofddoekverbod


chador

Laten we hopen dat, nu de zaak-Remmery opgelost lijkt te geraken, niet opnieuw voorstellen opduiken om de beruchte hoofddoek die sommige Islamvrouwen dragen te verbieden “in het openbaar”, wat dat laatste ook mag betekenen. Het was voor politici vrijwel onmogelijk geworden om dit nog voor te stellen. Vlaams Belang-voorzitter Frank Vanhecke schreef in zijn column ‘gezond verstand’ dat “de zaak Remmery elke kritische bedenking op de sluimerende opmars van de islamitische hoofddoek in ons land voortaan bij voorbaat verdacht maakt.”

Dat de hoofddoek een probleem vormt, dat het een typisch voorbeeld is van de minderwaardigheid van de vrouw in gesloten samenlevingen, zal wel door weinige Westerse denkers worden betwijfeld.

Vele voorstanders van een hoofddoekverbod maken echter onmiddellijk een sprong de vrouwen door de wet te willen bevrijden. “C’est la liberté qui opprime, et c’est la loi qui libère”. Deze oude socialistische zinsnede geeft mooi hun argumentatie weer. Of ze zo blij zullen zijn in het rode kamp gestoken te worden valt echter te betwijfelen. De geschiedenis toont immers aan dat het staatsgeweld helemaal geen oplossing brengt, en dat de wet nogal snel wordt aangegrepen om mensen tegen hun wil te “bevrijden”.

Want de Islamitische vrouwen willen natuurlijk wel de vrijheid van Westerse vrouwen, maar daarmee plaatsen velen van hen zich in een sociaal isolement.

Een hoofddoekverbod zou in de kaart spelen van de extremisten. Wanneer vrouwen daar niet toe gedwongen worden, hebben zij trouwens het recht om een hoofddoek te dragen, wat niet wegneemt dat scholen eveneens het recht hebben om dat te verbieden. De wetgever niet. Die moet de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van religie eerbiedigen. Vertrouwen op die vrijheden zal voor een veel duurzamer oplossing zorgen.

Het moet al als een grote stap vooruit worden gezien dat vele vrouwen de hoofddoek dragen “omdat ze het zelf willen”, en dus helemaal niet omdat vader of echtgenoot het zegt. De vrouwen nemen zelf het heft in handen, en creëeren ten opzichte van hun vaders en echtgenoten de legitimiteit om de hoofddoek ook weer af te nemen wanneer zij dat willen. “Je was toch ook akkoord dat ik zelf besliste om er één aan te doen?”

In de Westerse maatschappij waarin deze Islamitische vrouwen leven, worden ze aan zoveel keuzevrijheid blootgesteld dat het niet meer te handhaven is om hen de keuze om zich te kleden hoe ze dat willen niet te geven. Ondanks alle retoriek integreren de Islamieten zich wel degelijk. En daar is geen 'bevrijdende' overheid voor nodig.

3 comments:

Filip van Laenen said...

Ik denk dat u het zelfbeschikkingsrecht van de moslimvrouwen sterk overschat: denk eens aan de situatie in de banlieus van Parijs.

Pieter said...

In absolute termen is dat zelfbeschikkingsrecht inderdaad niet veel soeps, maar vergeleken met de situatie waaruit de families vaak komen - uit de meest achterlijke gebieden van de Maghreb, moet toch een evolutie worden erkend.

Ik denk dat het verbod als oplossing een typisch voorbeeld is van zij die geloven in de overheid als een soort instituut uit het nirvana, en niet als een instituut van mensen die fouten maken. Fouten die veel serieuzer zijn, omdat de overheid onverantwoordelijk is ten opzichte van haar bestuurden. Zeker als we die overheid een vrijgeleide geven om onze natuurlijke rechten te beperken.

Spiggy Kurtz said...

Het is waar dat de staat niet zomaar godsdienstbeleving mag hinderen. Maar wanneer hierdoor de openbare orde in het gedrang komt (ik denk aan het risico van mannelijke bankovervallers die in burka zouden rondlopen), dan mag deze wel ingrijpen. Met een gewoon hoofddoekje komt identificatie natuurlijk niet in het gedrang, de bomma droeg dat ook als ze naar de mis ging ;).