Sunday, August 18, 2013

Merkel: overwegen om de macht van EU te verminderen



Gepubliceerd op Knack.be

De Duitse Bondskanselier Angela Merkel deed deze week een opmerkelijke uitspraak in een interview. Voor de eerste keer dat ze het zo duidelijk stelde, zei ze dat de discussie in Europa niet alleen moet gaan over het overdragen van meer macht door de lidstaten naar de Europese Unie, maar ook over het omgekeerde.


Angela Merkel zei: "'Meer Europa' kan niet alleen slaan op de overdracht van bevoegdheden van de nationale staten naar Europa, maar betekent ook dat we onze nationale politieke acties intensiever en krachtiger met anderen coördineren. Nu bespreken we of er nog meer bevoegdheden naar Europa moeten. Maar we kunnen ook kijken of we iets terug kunnen geven. De Nederlanders praten hier momenteel over. Wij zullen die discussie ook gaan voeren na de verkiezingen."

Merkel verwijst daarbij uitdrukkelijk naar de voorstellen die de Nederlandse regering in juni deed in verband met het terug overhevelen van beleidsterreinen naar de lidstaten. De Nederlanders schoven daarbij een lijst met een aantal terreinen naar voren waarop de EU zich volgens hen op basis van het subsidiariteitsbeginsel terughoudender zou moeten opstellen, zoals strafprocesrecht, directe belastingen en sociale zekerheid. Daarbij stelde de paarse regering-Rutte: "De tijd van een 'ever closer union' op alle mogelijke beleidsterreinen is echter voorbij, zo is de stellige overtuiging van het kabinet."

Merkel uit nu openlijk haar sympathie voor deze benadering. Bovendien maakt ze daarbij ook een opening naar Groot-Brittannië, waar de publieke opinie zich meer en meer zorgen maakt over de macht die de EU over de jaren heeft verworven. De Britse Eerste Minister David Cameron wil een onderhandelde terugkeer van bevoegdheden, wat hij dan per referendum wil voorleggen aan de bevolking. Enkele van zijn partijleden die hun voorstellen daarvoor in Berlijn kwamen bepleiten kregen naar eigen zeggen de boodschap van medestanders van Merkel dat zij die voorstellen ondersteunt. Merkel wil de Britten graag aan boord houden in de EU, om te vermijden dat die door de Latijnse landen zou worden gedomineerd, maar niet ten alle prijze, natuurlijk.

De Duitse verkiezingen zijn ongetwijfeld één van de redenen waarom Merkel dit signaal geeft, maar er is veel meer aan de hand. Een recente peiling door het gerenommeerde Pew Research geeft aan dat de EU zowat overal in Europa, maar zeker ook in Duitsland, aan steun verliest. Dat kan men ook merken aan het politieke discours. Politici van de Duitse regeringspartijen varen op geregelde wijze uit tegen de 122 miljard euro aan noodleningen aan andere eurolanden, processen over de vraag of alle acties om de euro te redden wel grondwettelijk zijn krijgen ruime media-aandacht en opiniemakers van allerlei slag gaan tekeer tegen de "ontketende Brusselse bureaucratie".

De gerespecteerde Bundesbank, die nu op geregelde wijze in de minderheid wordt gestemd binnen de ECB, uit vaak openlijk kritiek op diezelfde ECB, en op enkele weken van de verkiezen publiceert de pers toevallig een vertrouwelijk Bundesbank-document dat stelt dat Griekenland een derde steunpakket nodig zou hebben, ten laatste tegen januari 2014.

Recent werd bekend dat de voormalige Bondskanselier Helmut Schmidt 38.000 van zijn favoriete mentholsigaretten zou hamsteren uit vrees voor een verbod door de EU. De leider van de Duitse sociaal-democraten, Peer Steinbrück, zei dan weer honderden traditionele gloeilampen die ook al door de EU werden verboden in zijn kelder te hebben opgeslagen. Hij stelde daarbij dat "de Europese Commissie moet ermee ophouden om elk klein detail te willen regelen".

Deze discussie gaat dus voorbij aan de links-rechtstegenstelling. De symbolische zaken die de pers halen vertegenwoordigen bovendien wel degelijk de realiteit. Met Open Europe berekenden we dat 66% van de impact van regulering in Duitsland afkomstig is van het EU-niveau (dat cijfer is 69% voor België), waar de Duitse regering natuurlijk wel invloed heeft.

Dat blijft natuurlijk allemaal niet zonder gevolgen. Het vreselijke Duitse oorlogsverleden zou als argument moeten dienen om vooral geen vraagtekens te plaatsen bij de macht van het Europese beleidsniveau, maar wordt tegelijk bij protesten in Zuid-Europese landen opgerakeld om de Europese beslissingen die men als Duitse beslissingen ervaart te bekritiseren. Een Italiaanse krant, gecontroleerd door Silvio Berlusconi, ging zelfs zo ver om de EU als het "Vierde Rijk", geleid door Duitsland, te omschrijven. Complete onzin, uiteraard. Als er één land is dat zich onvoorwaardelijk tegen oorlog en allerlei riskante inmengingsavonturen in het buitenland keert is het wel Duitsland. Zo weigerde het niet enkel de Irak-oorlog maar ook de oorlogsoperatie in Libië te ondersteunen, terwijl dit in het Belgisch Parlement bijvoorbeeld nagenoeg unanieme steun kreeg.

De dynamiek van de eurocrisis dwingt de Duitsers - en anderen - om miljardenleningen uit te schrijven, als ze de euro willen behouden (en zwalpende Noord-Europese banken dan niet hoeven te herstructureren). Het is evident dat de Duitse belastingbetaler dan controle wil op wat er met dat geld gebeurt, met als gevolg zaken als een op Duitse leest geschoeid Europees Begrotingsverdrag. Het zou echter een grote vergissing zijn om te denken dat Duitsland zich hier goed bij voelt, wat de uitspraken van Merkel illustreren. Duitsers zijn nog altijd grote voorstanders van de oorspronkelijke Europese idee om de grenzen te openen voor handel en reizen, en dat is een goede zaak. Maar zij beseffen maar al te goed dat dit niet hetzelfde betekent als beleidsbeslissingen outsourcen naar de EU.

Net zoals in andere Europese landen worden er ook bij onze oosterburen meer en meer vraagtekens geplaatst bij de grijsgedraaide plaat dat we steeds meer zouden moeten centraliseren om maatschappelijke problemen aan te pakken. Dat nationale overheden zware fouten maakten in het bestrijden van de financiële crisis en die crisis zelfs hebben veroorzaakt is een analyse die velen delen.

De oplossing om de verantwoordelijkheid dan maar door te schuiven naar een voor de meeste mensen obscuur supranationaal beleidsniveau dat mislukkingen zoals het Europees Landbouwbeleid of de Eurocrisis op zijn conto heeft staan komt echter meer en meer onder kritiek. Politici mogen dan wel vaak voorstander zijn van deze methode die beslissingen verder afschuift van de controle van de pers en publieke opinie, uiteindelijk zullen ze toch diezelfde publieke opinie moeten volgen. Dat is wat Angela Merkel doet.

Thursday, July 04, 2013

De eurocrisis land per land bekeken

Gepubliceerd op De Dagelijkse Standaard

Sinds de eurocrisis in maart opnieuw losbarstte in Cyprus, konden de Europese leiders genieten van een relatief kalme periode. Alleszins genoeg reden voor de Franse President Hollande om midden juni in Japan met veel aplomb te verklaren: “De eurocrisis is over”. Hij zei dit al in december, en hopelijk hechtten toen niet al te veel Cyprioten waarde aan zijn woorden, want enkele maanden later volgden er kapitaalcontroles. In zowat elke lidstaat van de eurozone gaat het op dit moment niet goed. De oorzaken zijn divers, maar er is bijna overal een band met het bestaan van de Europese eenheidsmunt. Een overzicht.

Griekenland

Terwijl de vorige voorzitter van de Eurogroep, Jean-Claude Juncker, niet uitsluit dat er wel eens een derde steunpakket nodig kan zijn voor Griekenland, is het debat op gang gekomen of het land ook schuldverlichting krijgt, ditmaal niet op kosten van banken, maar integendeel van belastingbetalers van de andere eurolanden, die verliezen zouden moeten slikken op hun “leningen” aan Griekenland. Politici van Duitsland en Nederland zijn hier officieel tegen, maar sloten verleden jaar wel een akkoord met Griekenland waarbij ze zo’n schuldverlichting beloven als Griekenland bepaalde begrotingsdoelstellingen bereikt. Het noopte Jeroen Dijsselbloem tot een vreemde pirouette: als Minister van Financiën van Nederland was hij hier tegen, maar als voorzitter van de Eurogroep stelde hij in de Griekse pers dat het mogelijk was. De Griekse Minister van Economische Zaken is er in elk geval gerust in dat de Grieken hun zin krijgen.

Hoe dan ook lijkt het gevolgde beleid weinig zoden aan de dijk te zetten: Griekenland blijft zitten met een hopeloos overgewaardeerde munt en te hoge schulden, die voor economische krimp en enorme werkloosheid zorgen, waarbij twee derde van de jeugd werkloos is. Het zieke banksysteem krijgt dan wel minder directe steun van de ECB, maar wordt meer en meer in leven gehouden via het Emergency Liquidity Assistance (ELA) systeem waarbij de Griekse Centrale Bank zelf euro’s mag bijdrukken om aan zombiebanken te lenen. Nu de privatisering van gasbedrijf Depa mislukt is, lijkt het er minder en minder op dat het land zijn doelstellingen zal kunnen halen. Het is dan wellicht ook geen toeval dat één van de drie coalitiepartijen de regering onlangs verliet na een rel over de staatsomroep, om vanuit de oppositie steun te verlenen aan het beleid.

Ierland

Al is er officieel opnieuw wel wat groei is van het “bruto binnenlands product” , dan vertoont het Ierse zogenaamde “bruto nationaal product“ nog steeds een negatief beeld. Dat komt omdat maar een beperkt deel van de winst die bedrijven zoals Google er maken effectief de Ierse economie ondersteunt. Dit in combinatie met een bijzonder dramatische emigratie van de jongeren en de weigering door Europese beleidsmakers om banken overkop te laten gaan en roekeloze buitenlandse schuldeisers af te straffen. In Ierland werd in februari een akkoord bereikt met de ECB om de terugbetalingskost van de banken-bailout sterk in de tijd uit te spreiden. De volgende generaties zullen in Ierland dus mogen blijven afbetalen voor bankschulden die Ierland opbouwde in slechts enkele jaren als gevolg van het lidmaatschap van de euro, dat het onmogelijk maakte voor het land om de vastgoedluchtbel te bestrijden door middel van een rentestijging.

Portugal

De huidige regeringscrisis kwam niet zomaar uit de lucht vallen. De grootste oppositiepartij zegde de steun voor het Trojka -programma dat ze zelf onderhandelde reeds verleden maand op. Ook het Grondwettelijk Hof bemoeilijkt maatregelen en de bevolking is het gebrek aan beleidsresultaten grondig beu. De werkloosheid scheert hoge toppen en massaprotesten volgen zich op. De OESO voorspelt dat de regering de begrotingsdoelstellingen alweer niet zal halen, omwille van slabakkende economie. Het herstel aan concurrentiekracht nu is al een jaar gestopt en de trend is zelfs weer aan het keren. De totale private en publieke schuld bedraagt een zware 300 procent van het BBP, bijna zo groot als in Ierland. Aangezien de Trojka – doelstellingen wellicht niet zullen worden gehaald, mag de Europese belastingbetaler zich dan  ook gaan opmaken voor een nieuw rondje noodhulp.

Spanje

Ook Spanje staat er niet goed voor. Economische krimp en slechte vooruitzichten, hoge werkloosheid (vlot over de 50 procent bij jongeren), en dan hebben we het nog niet over Spanje’s bankenprobleem gehad: banken met nog heel wat waardeloze activa en grote financieringsnoden, net zoals de Spaanse overheid. Met zijn – loutere - belofte voor onbeperkte steun vanuit de ECB via het “OMT”- programma om overheidsobligaties van landen in crisis op te kopen heeft ECB voorzitter Mario Draghi sinds september 2012 de markten kunnen kalmeren, maar op een bepaald ogenblik zal dit worden getest. Peilingen in Duitsland wijzen op enorme tegenstand van de bevolking tegen dergelijke ECB – avonturen.  Het feit dat een kurkdroog boek van de Duitse econoom Hans-Werner Sinn over monetaire beleid er een bestseller kan worden zegt wellicht alles over hoe groot de kansen zijn om het Duitse kapitaal effectief te gebruiken om bodemloze putten in het buitenland te dempen. Tenzij men gelooft dat Spanje er helemaal niet zo slecht voorstaat en al die steun niet nodig zal zijn, wordt OMT – en daarmee de eurozone - vroeg of laat getest.

Italië

Wat voor Spanje geldt, is gedeeltelijk ook het geval voor Italië: economische krimp, een overgewaardeerde munt, veel te weinig regeringsactie om daar via hervormingen iets aan te doen en jeugdwerkloosheid die nu toch ook 40 procent bedraagt. De waarschuwingen van de industriefederaties volgen elkaar op, maar de belofte van Mario Draghi heeft de Italiaanse rentekosten sterk doen dalen. 

Toch schrijven we het land best niet te snel af. De Italiaanse industriële basis, hoewel krimpend, is heel sterk en de private rijkdom groot, niet enkel in vergelijking met Spanje, maar ook in de vergelijking met de rest van de wereld. De Italiaanse “unfunded liabilities”, een berekening die de ware grootte van de overheidsschuld weergeeft aangezien het alle beloftes van de welvaartsstaat in ogenschouw neemt, waren in 2011 met 364% van het BBP in 2011 lager dan die van Frankrijk (549%) of Duitsland (418%). Dit alles kan de Duitsers wel eens doen besluiten dat de Italianen het best wel alleen kunnen redden, wanneer OMT getest wordt, zeker wanneer wordt teruggedacht aan die – vreemde - cijfers van de ECB die zouden aantonen dat Italianen heel wat rijker zouden zijn dan Duitsers en Nederlanders.

Cyprus

Wat niet mag verbazen is dat sinds de kapitaalcontroles ingevoerd werden in maart, de Cypriotische bankrekeningen leeg lopen. Is een Cypriotische euro daarom nog wel een euro? Het ziet er alleszins naar uit dat het land zijn status als financieel centrum zal verliezen en voornamelijk op toerisme beroep zal moeten doen. Geopolitiek dreigt het zich ook naar Rusland te wenden. De economische groei (of liever “krimp”) – vooruitzichten zijn ronduit slecht. Ondertussen worden de zaken draaiende gehouden door de Europese noodsteun, en wordt het failliete bankensysteem onderhouden via ELA leningen. Dat zijn leningen door de Cypriotische Centrale Bank aan private banken, die tot het losbarsten van de crisis al voor 9 miljard euro werden verstrekt, ondanks de zeer ongezonde staat van de twee grootste banken, zonder dat binnen de ECB een twee derde meerderheid dit tegenhield. In theorie zijn dit geen schuldvorderingen van de ECB, maar van de Cypriotische Centrale Bank. Gezien het feit dat er een taboe rust op een euro-exit, zullen mogelijke verliezen op ELA-leningen echter gedragen moeten worden door de andere eurolanden. 

Slovenië

Hoewel de Sloveense banken klein zijn in vergelijking met het BBP, dit in tegenstelling tot de situatie in Luxemburg, Malta en Cyprus, dreigen heel wat leningen aan banken er niet te worden terugbetaald. Tot dusver slaagden de Sloveneense banken er in om daar provisies voor aan te leggen maar er is in de toekomst wellicht nog 3,5 miljard euro of 10 procent van het BBP nodig. Naast de onderkapitalisering van de bankensector is er ook de hoge schuldgraad in de private sector van tegen de 200 procent. De economie zou dit jaar krimpen met 2,3 procent. Of dat nu te wijten is aan een overgewaardeerde munt dan wel aan excessieve (private) schuldgraad, duidelijk moet zijn dat beide factoren niet in dezelfde mate aanwezig zouden zijn zonder dat eurolidmaatschap van het land.

Frankrijk

De Franse werkloosheid is op het hoogste punt sinds de euro werd ingevoerd , al valt het met 10 procent nog wel mee in vergelijking met Italië, Spanje of Griekenland. Zorgwekkend is dat de jeugdwerkloosheid sterk aan het stijgen is, en nu rond de 15 procent bedraagt. Nog zorgwekkender is de aanhoudende economische krimp en het gebrek aan politieke wil om iets aan de Franse concurrentiehandicap te doen, wat tot spanningen met Duitsland leidt, waar men al te goed beseft dat de zeer lage rentevoeten  waarmee Frankrijk zich goedkoop kan herfinancieren uiteindelijk indirect via de ECB –OMT belofte aan de Duitse sterkte te danken zijn. De euro en de directe lijn met de ECB heeft enerzijds de Franse staat en banken de mogelijkheid tot expansie geboden, op kap van de kapitaalsbasis binnen de hele eurozone. Die expansie was echter niet duurzaam, en nu kampen Franse banken met onderkapitalisering en kan de Franse staat zich geen grote stijging van de rente permitteren.

Het is wellicht gevaarlijk om al te pessimistisch te zijn over Frankrijk. Voor de ECB met zijn OMT –belofte, van maart tot juli 2012, kwam, was er een duidelijke divergentie tussen enerzijds de Frans-Duits-Belgische en anderzijds de Spaans-Italiaanse evolutie van de rente op overheidsobligaties. Dat betekent dat investeerders er van uitgaan dat Frankrijk economisch gezien de inspanningen aan kan om een munt met Duitsland te delen, in tegenstelling tot Italië. Of de Franse politici ook bereid zijn om die inspanningen te leveren, is maar zeer de vraag. Peilingen laten zien dat het extreem-rechtse Front National, dat ook tegen de euro is, even populair zou zijn als de twee grote mainstreampartijen. 

België

De Belgische economie kromp verleden jaar, en zou dit jaar net nog een nulgroei kennen. Sinds de euro werd ingevoerd is er een verlies aan concurrentiekracht dat zich niet langer vertaalt in een daling van de waarde van de munt, iets wat in 1993 nog tot besparingen (en extra belastingen) leidde. Een groot probleem is de loonkost, een oud zeer dat maar niet wordt aangepakt, aangezien het nauw samenhangt met de financiering van het sociale zekerheidsstelsel. Nieuwe lastenverhogingen hebben geleid tot minder inkomsten voor de regering. België ontliep bovendien onlangs maar net een Europese boete voor het ontsporende begrotingstekort. 

Bovenop de officiële staatsschuld zijn er ook nog de ook elders bekende verborgen kost van beloftes op vlak van pensioenen en gezondheidszorg, alsook de bankgaranties, een uitloper van het expansieve gedrag van Belgische banken, mede gestimuleerd door het eurolidmaatschap en de rechtstreekse lijn met de ECB. Besparingen in België zijn ongetwijfeld makkelijker te realiseren dan in de buurlanden, al is het maar omdat sinds 2000 het aantal ambtenaren met bijna 15 procent toenam. Afschaffing van de talrijke overbodige beleidsniveaus, privatiseringen en saneringen van autonome overheidsorganen en semi-staatsbedrijven en niet-vervanging van de vele ambtenaren die in de komende tijd op pensioen gaan zijn economisch makkelijk te realiseren. De politieke weerstand is echter enorm, wellicht omdat het land ook zonder hervormingen economisch kan meesurfen met de Duitse economie. 

Luxemburg

Te midden van de crisis in Cyprus kwam opeens Luxemburg in het vizier. De activa van de Luxemburgse banken bedragen maar liefst 21 keer het Luxemburgse BBP, terwijl dat voor Cyprus maar 7 keer was. De Luxemburgse regering reageerde zelfs in een persbericht dat de vergelijking niet opging omdat de Luxemburgse banken enerzijds in een veel betere staat zouden zijn, wat plausibel is, en men anderzijds niet het Luxemburgse BBP maar dat van de hele eurozone als referentiepunt moet nemen. Dat tweede argument lijkt heel wat minder solide. De minimumgarantie van 100.000 euro spaartegoeden is wel degelijk een nationale verantwoordelijkheid. Een bankenunie is er nog lang niet in de eurozone. Als het een troost mag zijn: Het hoogste gerechtshof van de EFTA oordeelde begin dit jaar dat de EU-richtlijn enkel de verplichting oplegt om een beschermingsfonds voor deposito’s aan te leggen. Er is geen verplichting om spaarders ook effectief te vergoeden, in het geval het fonds niet zou volstaan. Het Europees Hof van Justitie, dat voor de EU uitspraak zou moeten doen ingeval er opnieuw zo’n crisis komt, is niet door die rechtspraak gebonden, maar de EFTA – rechtspraak kan als schot voor de boeg wel tellen voor zij die hun spaartegoeden in Luxemburg veilig achten.  

Malta

Samen met Luxemburg is Malta het enige land in de eurozone waarvan de activa van de banken in vergelijking met het BBP groter zijn dan in Cyprus: 8 maal het BBP. Dezelfde punten gelden zoals bij Luxemburg, al komt er bij Malta bovenop dat de private schuld er een hoge 212% van het BBP bedraagt, voornamelijk door de bedrijvenschuld. Het lijkt er dus op dat de Maltezen al te graag gebruik hebben gemaakt van de goedkope kredietlijn van de ECB sinds 2008. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn als al die schulden worden terugbetaald, al zorgt makkelijk geld ook voor investeringsluchtbellen. Gelukkig geniet het land als één van de weinige landen binnen de muntunie nog positieve economische groei.

Slovakije

Ook Slovakije kent nog steeds economische groei, terwijl de private en publieke schuldgraad er niet acuut problematisch zijn. Het land vervult de functie van netto-betaler binnen de eurozone, hoewel het minimumloon er minder dan de helft is van dat in Griekenland. Het protest tegen steun aan eurolidstaten in nood was dan ook groot, althans voor het aantreden van de nieuwe Slovaakse regering verleden jaar.

Oostenrijk

In Oostenrijk lijkt de politieke tegenstand tegen de euro-redding in stijgende lijn. Naast extreem-rechts, dat het in de laatste 20 jaar steeds goed deed, is er sinds een jaar ook “Team Stronach”, een liberale protestpartij, opgericht door de Oostenrijks-Canadese top-ondernemer Frank Stronach, die zich ook tegen de euronoodsteun kant. In regionale verkiezingen en peilingen haalt de partij tot 10 procent van de stemmen. Het wordt uitkijken of ze een verschil kan maken in de komende nationale verkiezingen deze herfst. Ondertussen is er ook nog het Oostenrijkse bankensysteem dat ongezonde trekjes vertoont, onder meer als gevolg van een forse expansie in de landen van het voormalige Habsburgse Rijk.

Nederland

De hoge private schuld loopt tegen de 250 procent van het BBP aan, de economie krimpt en 1,3 miljoen huishoudens hadden eind vorig jaar een hypotheekschuld waarvan de waarde die van hun woning overtreft. Dit land moet samen met Duitsland en Finland de euro redden? De euro-vijandige Geert Wilders leidt nu reeds een half  jaar in de peilingen. Dat wordt interessant, wanneer de ECB wordt getest. Sommigen denken dat Nederland zelf de volgende kandidaat wordt voor een steunpakket. Dat is theoretisch mogelijk, al zouden de Nederlandse pensioenfondsen, die maar liefst 1000 miljard euro beheren even goed kunnen worden aangesproken, al zit veel van dat geld vast in het buitenland. De triple A-status van het land komt alleszins meer en meer onder druk. Duitsland en Finland zullen graag horen dat ze dan maar zelf wat meer zullen moeten bijdragen.

Finland

Finland kende twee kwartalen van economische krimp, officieel dus een recessie. Besparingen komen er aan. Het zal de fans van het eurobeleid niet versterken, zeker op een moment dat de eurosceptische partij van Timo Soini het weer beter doet in de peilingen na een inzinking en de partij van de Eerste Minister voorbijsnelt in populariteit. Ondertussen beheersen discussies over de vraag of Finland al dan niet echt onderpand heeft ontvangen voor steun aan Griekenland het politieke debat.

Estland

De Estse economie kent economische groei, al is er een groeivertraging. Het land is bekend omdat het de concurrentiekracht via interne devaluatie heeft hersteld na een zware inzinking in 2008, wat het tot groot voorbeeld van de Europese Commissie heeft gemaakt. Minder bekend is dat die crisis er kwam na het uiteenspatten van een vastgoedluchtbel, deels omdat rentevoeten te laag waren als gevolg van de koppeling van de Estse munt aan de euro, net zoals voor Letland het geval was.

Duitsland

Het heeft een tijdje geduurd, maar nu komt ook Duitsland gevaarlijk dicht bij economische stagnering. Het land zou dit jaar maar slechts 0,3 procent groei kennen. Omdat een groot deel van de Duitse export naar niet-eurolanden gaat, hoeft dit echter niet zo te blijven. Het land kampt met een ondergewaardeerde munt, wat goed is voor sommige exporteurs, maar slecht voor importeurs en voor de koopkracht van consumenten. Die laatsten hebben politiek alvast minder invloed dan de exportlobby en worden in vele analyses schromelijk over het hoofd gezien. De nieuwe factor in de Duitse politiek, de anti-euro-formatie “Alternative für Deutschland” lijkt niet boven de kiesdrempel van 5 procent te zullen uitkomen in de federale verkiezingen in september, en het vooruitzicht op een grote coalitie tussen Merkel en de socialisten zorgt dat ze maar een beperkte invloed uitoefenen. Er is echter een herkansing mogelijk in mei 2014, ter gelegenheid van de verkiezingen voor het Europees Parlement, waar de kiesdrempel slechts 3 procent zal zijn. Net zoals in Groot-Britannië met UKIP zou AfD daar wel eens ten volle kunnen profiteren van de status van protestpartij. 

Terwijl Duitsland tegenstribbelt om een bankenunie op te zetten waarbij de Duitse spaartegoeden zouden worden ingezet om failliete banken in de rest van Europa te redden, mogen we niet vergeten dat ook de Duitse banken zelf helemaal niet zo gezond zijn, inderdaad ook deels als gevolg van de euro, die als kredietkanon werkte. De helft van de Duitsers willen dat het Duitse Grondwettelijk Hof de ECB ervan weerhoudt om de euro redden met het OMT-programma, terwijl slechts een derde er geen probleem mee heeft. Het is maar een kwestie van tijd voor zich dat politiek ook vertaalt, al dan niet via AfD. 

 (Letland)

Een nieuw land komt vanaf 2014 aan boord van het zwalpende euroschip: Letland. Recente verkiezingen resulteerden in een grote overwinning van een partij die tegen de euro is en maar liefst 58 procent van de stemmen haalde. Het is echter onwaarschijnlijk dat een referendum-initiatief om de regering hier over te laten vallen, succes zal kennen. Net zoals voor Estland, had de koppeling van de Letse munt een investeringsluchtbel in de vastgoedsector tot gevolg, maar ook in Letland was er politieke wil om een interne devaluatie door te voeren. 

Buiten de eurozone

De discussie in Groot-Brittannië heeft minder invloed op de eurocrisis dan de eurocrisis heeft op de Britse relatie met de EU. Belangrijker is echter wat in Polen gebeurt. Het land wordt door de Duitsers gezien als de reddingsboei om in geval het tot een federaal Europa komt niet in een door Latijns-Europa gedomineerde politieke unie terecht te komen. Daarom ook stelde SPD – leider Steinbrueck onlangs dat er een Frans-Duits-Poolse as moet komen om Europa te leiden. Daarvoor is het natuurlijk noodzakelijk dat Polen toedtreedt tot de euro, en dat is helemaal niet meer zeker nu de Poolse Premier Tusk een referendum over het thema in het vooruitzicht heeft gesteld, dit onder druk van de oppositie die nodig is om de nodige grondwetswijzigingen aan te brengen. Als de Polen “neen” stemmen, en twee derde zouden dat doen, is er een nieuwe reden voor Duitsland om “neen” te zeggen tegen de transferunie die velen nodig achten om de euro te redden.

Besluit

De eurocrisis is verre van over, wat ook één van de redenen was van ECB – voorzitter Mario Draghi om te benadrukken dat de centrale bank de rentevoeten “voor een langere periode” laag zal houden, ondanks de zogenaamde twijfels die Ben Bernanke verspreidt over zijn lage rentebeleid, wat ook een invloed heeft op de rentevoeten in de eurozone. De emmer blijft ondertussen maar vollopen en de vraag is wanneer hij overloopt. 

Pieter Cleppe vertegenwoordigt de onafhankelijke denktank Open Europe in Brussel.

Thursday, May 23, 2013

5 vragen over het Europees Begrotingspact



Gepubliceerd op Knack.be
 
In alle luwte begonnen de volksvertegenwoordigers van de talrijke Belgische parlementen deze maand met de ratificering van het zogenaamde “Fiscal Compact” of Europees Begrotingspact. Dat werd verleden jaar ondertekend door 25 van de 27 EU-lidstaten en moet er voor zorgen de nationale schulden terug te dringen. Gisteren gaf de Senaat er zijn zegen over, nadat het Vlaams Parlement het zonder enige tegenstem reeds goedkeurde. Van alle lidstaten van de eurozone zijn het enkel België, Nederland en Malta die de ratificatie nog niet hebben voltooid, al trad het reeds in werking op 1 januari voor de landen die hun goedkeuring gaven. In Duitsland loopt de omzetting in nationaal recht wel vertraging op. Enkele pertinente vragen over dit Begrotingspact dringen zich op. 

1.       Waarom een nieuw verdrag voor meer begrotingsdiscipline, na het niet-naleven van het Stabiliteitspact? 

Zoals iedereen wel weet, werd de invoering van de euro begeleid door het zogenaamde “Stabiliteits- en Groeipact”, regels die lidstaten verplichten om hun begrotingstekort terug te dringen tot niet meer dan 3 procent en hun schuldgraad tot niet meer dan 60 procent van het BBP. Van alle 17 eurolanden voldoen enkel Finland, Estland en Luxemburg nu nog aan die doelstellingen. Het pact werd bij het oud huisvuil gezet toen Romano Prodi, de toenmalige Italiaanse voorzitter van de Europese Commissie, in 2002 opmerkte dat het “stom” was, en zowel Duitsland als Frankrijk het pact openlijk negeerden. Er is wel zoiets als een “procedure bij buitensporige tekorten” die tot boetes kan leiden, en op dit moment trouwens van toepassing is voor maar liefst 23 van de 27 EU – lidstaten, waaronder België, dat volgend jaar ook de doelstelling van 3 procent niet meer haalt. In de praktijk kwam het echter nog nooit tot zo’n boetes, omdat er geen politieke wil voor bestond bij de lidstaten. 

Door het Begrotingspact wordt het weliswaar moeilijker om sancties te vermijden, want een land moet nu een gekwalificeerde meerderheid van alle lidstaten overtuigen om niet gestraft te worden. Los van de inhoud, is de vraag maar wat het voor zin heeft om steeds maar nieuwe regels – zoals het “six-pack” of het “two-pack” - uit te blijven vaardigen als de oude gewoon worden genegeerd.

 2.       Waarom het begrotingsbeleid aanpakken, terwijl dit niet de uiteindelijke oorzaak van de eurocrisis is? 

Toen ze in de problemen kwamen, hadden Ierland en Spanje geen uitzonderlijk hoge publieke schuld, maar integendeel een zeer hoge private schuld. Die private schuld is er niet zomaar gekomen, maar is het directe gevolg van de onaangepast lage interestvoeten van de Europese Centrale Bank. Die laatste diende de rentevoet te bepalen voor zowel de snelgroeiende periferie als voor Duitsland, dat toen met trage groei kampte. Een renteverhoging om de Ierse en Spaanse vastgoedluchtbellen af te remmen was niet mogelijk, omdat dit de Duitse economie te zwaar zou schaden.

Ook in Griekenland was het onverantwoordelijk begrotingsbeleid slechts mogelijk bij de gratie van het euro-lidmaatschap, dat de politici van het land met artificieel lage interestvoeten voorzag. Zowel België als Italië kampten met hoge interestvoeten in de jaren ’90, tot duidelijk werd dat ze de euro zouden kunnen invoeren. Ondanks een zeer beperkte daling van de staatsschuld van beide landen, konden ze hun bevolking sindsdien aan fors goedkopere voorwaarden verder met schulden opzadelen. In Portugal leidde het vooruitzicht om de euro in te kunnen voeren zelfs tot een investeringsluchtbel die uiteenspatte alvorens het land effectief de euro invoerde.

Ook al is begrotingsdiscipline dan natuurlijk een goed idee, het pakt de fundamentele oorzaken van de eurocrisis niet aan. Het maakt van de eurozone geen optimale muntunie. 

3.       Waarom zitten er elementen van versoepeling in het Begrotingspact?

Ook zij die geloven dat het belangrijk is om meer begrotingsdiscipline af te dwingen via een nieuw verdrag, moeten het toch even van naderbij bekijken. In zekere zin is er zelfs sprake van een versoepeling van de begrotingsdiscipline, omdat het Verdrag de nadruk legt op een nieuwe definitie van “begrotingstekort”. Het oude Stabiliteitspact stelde dat een lidstaat geen “algemeen begrotingstekort” van meer dan 3 procent van het BBP mag hebben. Het nieuwe Begrotingspact stelt in artikel 3 dat een lidstaat zijn begroting “in evenwicht “moet hebben, en vermeldt onmiddellijk dat dit het geval is wanneer het zogenaamde “structureel begrotingstekort” niet meer dan 0,5 procent van het BBP bedraagt voor landen met een staatsschuld die hoger is dan 60 procent van het BBP.  

Wat is een “structureel begrotingstekort” dan wel? Volgens het Verdrag is dit het “jaarlijks conjunctuur-gezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen”. Dit betekent dat men het reële tekort naar beneden toe gaat bijstellen om het “structureel tekort” te berekenen, vanwege zogenaamd gunstige groeivooruitzichten. Zo her-berekende de Europese Commissie in een rapport het Belgische “algemene” begrotingstekort voor 2012 van 3,0 procent naar een “structureel” begrotingstekort van 2,7% omdat “investeringen geleidelijk aan zullen stijgen in 2013 en 2014”. Zo’n voorspelling is op zijn minst onzeker. Dit soort futurologie zet ook de deur open naar nog meer manipulatie van begrotingsdata dan we in de eurozone al gewoon zijn. 

Het mag dan ook geen verwondering wekken dat toen de Franse regering recent aankondigde de doelstelling van 3 procent algemeen begrotingstekort niet te zullen halen, de Europese Commissie daarop reageerde door te stellen dat het nu naar het “structureel” tekort kijkt, waarbij een “onverwacht” tegenvallende economische groei dus als excuus kan gelden. Frankrijk, Portugal en Spanje, maar ook België en Nederland krijgen nu alweer wat meer speling. Dat Rainer Brüderle, de kopman van de Duitse liberale regeringspartij FDP, waarschuwde dat zo’n Franse schending van het Begrotingspact niet acceptabel is, krijgt nauwelijks nog aandacht, evenmin als de waarschuwing door de Bundesbank aan het adres van de Europese Commissie voor diens lakse houding. Iedereen weet ondertussen wel wat Europese afspraken waard zijn.

Ook voor de eurocrisis was er reeds sprake van een “structureel begrotingstekort”, als één van de elementen om de “middellange-termijndoelstelling (MTO)” van een land te berekenen, als een soort preventie-instrument van de Europese Commissie. In 2005, bij een eerdere hervorming van het stabiliteitspact, werd dit element al eens gebruikt om het pact te versoepelen, door die MTO voortaan per land te berekenen. Hoewel de doelstelling van het “structureel begrotingstekort” weliswaar nu verscherpt wordt van 1 procent van het BBP naar 0,5 percent, wordt het er toch flexibeler op. Dat is omdat dit makkelijk te manipuleren en door een obscuur algoritme berekend begrip “structureel begrotingstekort” nu in de praktijk veel belangrijker is geworden. Het werd bevorderd tot excuus om het “algemene” begrotingstekort te negeren. Dat gaf Europees Commissaris Olli Rehn onlangs ook onomwonden toe aan Europese Parlementsleden, toen hij stelde dat het tempo aan schuldvermindering dit jaar vermindert in vergelijking met 2012. Volgens Rehn krijgen de meeste lidstaten “nu de ruimte om begrotingsbeleid te voeren omdat er nu een visie is die meer op de middellange termijn is gericht”. De vraag is echter straks alweer geen nieuwe definitie van begrotingstekort zal moeten worden uitgevonden. In 2011 bereikte slechts één lidstaat, Finland, de middellange-termijndoelstelling.

Er zitten nog wel wat meer achterdeurtjes in het nieuwe Verdrag. Lidstaten mogen van de regel afwijken in “uitzonderlijke omstandigheden“, zoals bijvoorbeeld “perioden van ernstige economische neergang”. Ook de oorspronkelijke idee om de “schuldenrem” verplicht in de Grondwet te doen opnemen werd verlaten. Nu volstaat een gewone wet.  Er wordt ten slotte ook voorzien in heel wat flexibiliteit om de overgang naar een zogenaamde begroting in evenwicht te bereiken. Gezien de hoge Europese schuldenbergen zal met die flexibiliteit wellicht ruimhartig worden omgesprongen.

Het Begrotingspact verandert met al deze achterpoortjes weinig aan de uiteindelijke stimulansen om ook effectief begrotingsdiscipline aan de dag te leggen. Sinds de eurocrisis uitbrak in 2010, zijn de eurolanden via de ECB alsmaar verder gegaan in het indirect financieren van staten in nood via allerlei duistere mechanismes (SMP, ELA, OMT, noem maar op), met alle gevolgen van dien voor de druk op regeringen om niet te talmen. Het ziet er niet naar uit dat dit zal veranderen. 

4.       Is het wel democratisch om de parlementaire controle over belastinggeld verder aan te tasten?

"Wie kent Olli Rehn? Wie heeft ooit het gezicht van Olli Rehn gezien? Niemand. Terwijl hij wel zegt hoe wij onze economische politiek moeten voeren."  De Waalse socialist Paul Magnette verwoordde ongetwijfeld de gevoelens van velen toen hij verleden jaar nogal scherp uitviel naar de Finse Eurocommissaris die verantwoordelijk is voor begrotingsbeleid. Oorlogen werden gevoerd om de macht van de volksvertegenwoordiging over het uitvoerend gezag vestigen, en nu zou een aanzienlijk deel van die begrotingsmacht doodleuk in handen komen van een niet-verkozen supranationaal beleidsniveau, nu op nationaal vlak de wetgevende macht verzwakt is? 

Ook al is deze machtsoverdracht in lijn met nationale Grondwetten en wordt ze beslist door democratisch verkozen nationale parlementen, noch de Commissie of zelfs het Europees Parlement genieten de legitimiteit bij de bevolking van ons land om zomaar even cruciale beleidsbeslissingen over onderwijs, pensioenen of ziekenzorg te nemen. Als de Europese instellingen daar desondanks aan twijfelen, zullen ze dat snel genoeg mogen ondervinden. En ook al halen ze hun slag thuis, leggen ze de basis voor een gevaarlijk en diep ongenoegen, zoals dat nu reeds bestaat in Zuid-Europa ten aanzien van de “Men in Black” van de “Trojka”.

5.       Is er geen gevaar dat dit Verdrag de Europese Unie ondermijnt?

Het Begrotingspact maakt strikt genomen geen deel uit van de rechtsorde van de Europese Unie, al beoogt het Verdrag dit wel. Het werd gesloten zonder instemming van het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië, die geen zin hadden om dit Verdrag, dat grotendeels een uitvloeisel is van de euro, in te voeren. Op Denemarken en Roemenië na, hebben alle andere niet-eurolidstaten zich ook niet verbonden tot de effectieve toepassing van het Verdrag, toch zolang ze de euro niet hebben ingevoerd. In Polen is daarover trouwens een referendum op komst, en het ziet er niet goed uit voor het ja-kamp. Met andere woorden: dit is een verdrag dat in de praktijk voornamelijk voor de eurozone geldt. Sommige Europarlementsleden hebben hun bezorgdheid geuit dat zo’n parallelle Europese rechtsorde de verworvenheden van de Europese Unie wel eens kan ondergraven “omdat we geen twee Europa’s kunnen hebben”, aldus de Duitse Christendemocraat Elmar Brok. Ook de Nederlandse Raad van State stelde dit. De Zweedse Minister van Financiën waarschuwde onlangs dat als men deze weg verder op gaat, en een volwaardige “fiscale unie” creëert voor de eurozone, dit “heel weinig zal oplossen en de fundamentele structuur van de Europese Unie ondermijnt”. Volgens geruchten zou Duitsland toekomstige Europese verdragswijzigingen liefst opnieuw volgens deze methode doen, dus de facto zonder Oost-Europa, Scandinavië of de Britten. Of hoe de eenheidsmunt en de gevolgen ervan wel eens de mooie Europese verwezenlijkingen van vrij verkeer van goederen, diensten, personen en ka pitaal kunnen ondermijnen.