Sunday, December 21, 2008

De federale regering heeft haar overbodigheid bewezen

Heeft dit land wel een nieuwe federale regering nodig? Voorzover de huidige reeds ontslag heeft genomen, natuurlijk, want nog steeds heeft de Koning het ontslag van de huidige regering niet aanvaard, wat een unieke situatie lijkt. Geen twijfel mag dan ook bestaan over de ernst van deze politieke crisis, ten minste voor het voortbestaan van de Belgische staat, minder voor de burgers.


Nog steeds zijn vijf regeringen actief in dit land (de Vlaamse, Waalse, Franstalige gemeenschaps-, Brusselse en Duitstalige regering) terwijl de federale regering reeds sinds juni 2007 verlamd is. Een groot probleem is dit niet, want met het nodige pragmatisme zijn dringende beslissingen wel gebeurd het voorbije anderhalf jaar.

Nu treed de verlamming van het federale niveau dus nog een stadium verder in, met het wegvallen van Vlaams stemmenkampioen Yves Leterme uit de Belgische politiek en het vooruitzicht van Vlaamse en Europese verkiezingen in juni 2009 (of februari 2009, met een betwistbare vervroeging van Vlaamse en Europese verkiezingen).

De rampregering Leterme I eindigt in ongrondwettelijkheid (een schending van de scheiding der machten!) en inbreuken van de strafwet (beroepsgeheim). Om nog maar te zwijgen van de zware schendingen van de eigendomsrechten van de Fortis-aandeelhouders, wat het moedige arrest van het Hof van Beroep gelukkig heeft proberen ongedaan maken. De rechterlijke macht heeft daarna met op kop voorzitter van het Hof van Cassatie Ghislain Londers orde op zaken gesteld door de interventie van de regering in de beslissingen van rechters te hekelen. Deze lijnrechte aanvallen van de rechterlijke macht op de politieke kaste werden breed gedragen door de bevolking en mogen als zwaar schot voor de boeg dienen voor die politici en partijen die in de toekomst denken dit nog eens te mogen proberen. Iedereen weet nu dat rechters het recht spreken, en niet politici, dat aandeelhouders beslissen over hun eigendom, en niet politici.

Nu het respect voor de rechtsstaat is hersteld, komt het probleem met de Belgische staat terug in het vizier: een belastingsdruk die roofbouw pleegt op de burgers en talrijke betuttelingen en corrupte regels die de ondernemingsvrijheid aan banden leggen en een groot deel van de bevolking, voornamelijk in Zuid-België, in comateuze toestand pogen te houden. De onzekerheid over de fall-out van de kredietcrisis maakt een oplossing voor de Belgische crisis meer dan dringend.


Om het Belgische probleem op te lossen, moet één zaak echter duidelijk zijn: een federale regering zal hier geen soelaas brengen, integendeel.

In het Fortis-dossier zijn de aandeelhouders het best in staat om de verdere afhandeling van hun eigendom te regelen, een federale regering is daar niet voor nodig. Net zomin trouwens voor zovele andere dossiers, zoals in de eerste plaats het “interprofessioneel akkoord”.

Vakbonden en werkgevers roepen op tot de vorming van een federale regering, die met belastingsgeld hun compromissen dan maar moet vergemakkelijken en bovendien bindend maken voor alle sectoren in dit land. Een vreemde gedachte eigenlijk. Sociaal overleg zou vrij moeten moeten zijn. Dat Rudi Thomaes en Luc Cortebeeck een akkoord sluiten is wenselijk, en met gecentraliseerd sociaal overleg is op zich niets verkeerd, maar als sectoren verkiezen om de lonen meer te laten stijgen of dalen, is dit toch eigenlijk de logica zelve. Waarom een uniform keurslijf willen opdringen aan de diverse economische realiteiten in dit land?

De keizer is naakt. De federale regering waar de politieke kaste zo naar smacht heeft al anderhalf jaar de eigen overbodigheid bewezen. Wat er wel echt nodig is, is een fundamentele sanering van het Belgische systeem. Meer en meer wordt duidelijk dat een splitsing van de staat daar het enige middel toe lijkt.

Zo’n splitsing van de staat hoeft en mag zelfs geen revolutie zijn. Integendeel is die splitsing reeds ingezet, want het federale niveau is reeds anderhalf jaar afwezig van deze wereld, op de talrijke schijnmanoeuvres na.

Hoe zal de splitsing nu verder verlopen?

Of er nu federale verkiezingen komen of niet (zonder oplossing voor BHV zijn deze trouwens ongrondwettelijk, volgens het Grondwettelijk Hof), zeker is dat toekomstige institutionele onderhandelingen enkel moeilijker zullen worden. Elke dag dat de federale regering niet bestaat, is de onafhankelijkheid van de deelstaten een feit. Die onafhankelijk wordt dus met de dag ook meer en meer definitief.

Het Belgisch staatsvehikel wordt zo meer en meer een transfer-vehikel van voornamelijk sociale zekerheidsgeld van noord naar zuid. De onvrede hierover in Vlaanderen is nagenoeg bekend, en zou eigenlijk nog meer moeten toenemen wanneer men weet dat naast Polen en Litouwen enkel België twee steden levert voor de bedenkelijke top 10 van Europese steden met de hoogste werkloosheid: Charleroi en Luik (cijfers van Eurostat, zie: http://lvb.net/item/6605). De werkloosheidsval (onbeperkte uitkeringen, kindergeld, subsidies allerhande, afhankelijkheidscultuur, verspilling, corruptie, …) is hier natuurlijk de oorzaak van, en het grimmige PS-apparaat de uitvoerder, maar wie financiert deze immorele situatie? Juist: de Vlaamse belastingsbetaler.

Het Vlaamse ontwaken hierover is slechts een kwestie van tijd en het staat dus in de sterren geschreven dat in de komende jaren de sociale zekerheid zal worden gesplitst, want het federale geld dat naar het federale niveau vloeit, daalt dankzij de Lambermont-staatshervorming jaar na jaar (bij de Lambermont-staatshervorming in 2001 hebben de Franstaligen meer middelen voor hun gemeenschapsonderwijs verkregen, wat echter tot een drooglegging van het federale niveau leidt op termijn).

De Vlaamse “zorgverzekering” zal de stijgende eigen inbreng van patiënten voor gezondheidszorg compenseren, wat een de facto splitsing van de gezondheidszorg met zich meebrengt. Een eigen Vlaamse sociale zekerheid naar Belgisch – verspillend en inefficiënt - model is dan wel niet wenselijk, maar de kleinere schaal van een Vlaamse staat zal een veel grotere ruimte voor privaat initiatief moeten laten, een goede zaak dus.

Na de splitsing van de sociale zekerheid zal de wil van de Franstaligen om België nog te behouden sterk afkoelen. De socialistische uitkerings-baronnen in het zuiden zullen alle moeite van de wereld doen om een nieuwe broodheer te vinden, en het lijdt weinig twijfel dat zij zich daarvoor naar Frankrijk zullen richten. Velen denken dat Frankrijk niet in Wallonië is geïnteresseerd, maar de corrupte Franse politieke klasse zal maar al te graag belastingsgeld naar Wallonië overmaken om de eigen macht te kunnen uitbreiden en een bod op Brussel te doen, zich goed bewust van het feit dat ze Brussel niet zullen binnenhalen, maar louter om dan toch iets anders te kunnen binnenhalen op EU-niveau. De aanhechting bij Frankrijk zou een ramp zijn voor Wallonië. Wallonië kan in 10 jaar tijd een nieuw Slovakije worden, maar een pijnlijk proces is daarvoor nodig.

Als weeskind van de overleden Belgische staat zal Brussel intussen worden bestuurd door drie regeringen: de Vlaamse regering, de Franstalige gemeenschapsregering en de Brusselse gewestregering. Op termijn is deze situatie onhoudbaar, maar de Brusselse gewestregering zal zich niet kunnen richten tot het nu reeds nagenoeg failliete Zuid-België. Ook de eventuele nieuwe broodheer Frankrijk zal geen optie zijn, want diplomatiek is het onwaarschijnlijk dat het Verenigd Koninkrijk of Duitsland een Frans Brussel zouden aanvaarden. Aangezien Brusselaars weinig op hebben met de Vlaamse overheid (hoewel de meesten onder hen verfranste Vlamingen zijn), blijft maar één optie over voor Brussel: eigen verantwoordelijkheid nemen. Het Belgische kind zal volwassen moeten worden.

Niet zoals een Brussels DC, want die stad is wellicht één van de slechtst bestuurde steden van de V.S., met hoge onveiligheidscijfers en arme minderhedengetto’s, en bovendien een veel te lage graad aan zelfbestuur. Het is geen toeval dat op de nummerplaten in Washington D.C. de vermelding “taxation without representation” is te vinden.

Een onafhankelijk Brussel zal zich in tegenstelling aan die andere kleine staat met Europese instellingen moeten spiegelen, namelijk Luxemburg. In de eerste plaats zal het op zoek moeten naar inkomsten.

In de eerste plaats zou dan het peperdure Brusselse systeem van besturen worden hervormd. Gedaan met de opdeling Gewest – VGC – Cocof - GGC. Eén bestuur. Gedaan ook met bepaalde baronietoestanden die in gemeenten bestaan. Gedaan wellicht ook met de overbelasting van het Brusselse wegennet, dit door het invoeren van een “congestion charge” zoals in Londen of Milaan. Eventueel kan een belasting worden ingevoerd voor buitenlanders die er werken (Vlamingen, Europese ambtenaren), maar Brussel zal niet zover kunnen gaan als het wil, want vitale infrastructuur voor Brussel ligt op Vlaams grondgebied (luchthaven, ring, spoor) en Europese ambtenaren kunnen perfect verhuizen naar Straatsburg of ergens anders indien Brussel zijn hand overspeelt. Vlaamse Brusselaars zouden daarom ook moeten worden gerespecteerd, en misschien zijn ze door een onafhankelijk Brussel wel beter af, zoals Vlaamse Brusselaar André Monteyne schrijft in “De stadstaat Brussel en de Vlamingen”.

In Vlaanderen zelf zal de nieuwe grote uitdaging zijn om fors te gaan snijden in het ambtenarenapparaat en het oerwoud aan Vlaamse regelgeving, want al gauw zal de Vlaamse staat de Belgische staat als grote boeman vervangen. De overname van een groot deel van de Belgische staatsschuld zal daar trouwens ook wel voor zorgen.

De Belgische splitsing zal “en stoemelings” gebeurd zijn. Internationaal gezien zal het een mokerslag betekenen voor diegenen die de Europese Unie willen doen evolueren naar een corporatistische superstaat waar overregulering en bureaucratisering aan de orde van de dag zijn en een artificieel Europees semi-racistisch natiegevoel wordt gepropageerd gericht tegen Amerikaanse en Aziatische vrienden en handelspartners. De toekomst is aan een vrije wereld met kleine als bedrijf bestuurde staten die vrij handel drijven in vrede. Een opsplitsing van de macht in het hart van West-Europa zal daartoe een mooie stap vooruit zijn.

Appendix: zijn federale verkiezingen wel mogelijk?

Volgens velen zijn federale verkiezingen wel degelijk mogelijk zonder een oplossing voor het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde. Het argument hiervoor luidt dat “het de Kamer is die volgens artikel 48 van de grondwet de geloofsbrieven van haar leden onderzoekt en eventuele geschillen beslecht.” Ook zou artikel 65 van de grondwet dat bepaalt dat “Kamerleden voor vier jaar worden verkozen en dat de Kamer om de vier jaar moet worden vernieuwd” dit mogelijk maken.

Niets is echter minder waar. Parlementsleden verliezen inderdaad na 4 jaar hun bevoegdheid om wetten uit te vaardigen voor de bevolking, maar het feit “de Kamer geloofsbrieven van haar leden onderzoekt en eventuele geschillen beslecht” veronderstelt eerst dat er een Kamer moet zijn (het Grondwettelijk Hof verklaarde zichzelf blijkbaar wel onbevoegd in het verleden). De groep politici die zich na de volgende federale verkiezingen zonder oplossing voor BHV “Kamer” of “Senaat” zal noemen op grond van een verkiezing die niet conform was met de procedure beschreven in de Grondwet, heeft helaas niet meer recht op de naam “Kamer” of “Senaat” dan de bestuursleden van een duivenclub die op basis van hun eigen - niet-Grondwettelijke - procedure zijn verkozen. Op dat moment is er immers in het geheel geen “Kamer” of “Senaat” die zich over geloofsbrieven kan of mag uitspreken. Al is dit een zeer strikte interpretatie van de Grondwet die natuurlijk niet gevolgd zal worden (maar wel degelijk munitie biedt om het voortdurende overtreden van de eigen regels door politici te hekelen).







No comments: