Tuesday, July 26, 2005

De terrorismemeesters Saudi Arabië en Pakistan


Bush en Prins Abdullah

Terrorisme wordt soms voorgesteld als een product van de privésector. Niets is minder waar. Ossama Bin Laden is een rijkeluiszoontje dat opgroeide in één van de leidende Saudische families, die nauw met de Saudische staat zijn verweven. In Saudi-Arabië hoeft men slechts één van de vele prinsen te kennen om zich te bevrijden van een verkeersboete. Het is een cultureel onderontwikkeld land dat in vijftig jaar uitgroeide van extreme armoede naar extreme rijkdom.

In tegenstelling tot Taiwan deed het dat echter niet door kapitalisme. Taiwan werd rijk omdat de fascistische politieke klasse zich voornamelijk bezig hield met buitenlands beleid, en wel met de vraag hoe de Kwo Min Tang zo snel mogelijk terug aan de macht kon komen in China. Het gevolg daarvan was dat de politiek zich niet bezig hield met het steunen van bevriende bedrijven, waardoor een harde eerlijke concurrentie ontstond, waardoor Taiwan een ongekende economische ontwikkeling meemaakte, waarbij de economie vooral bestaat uit kleine en middelgrote ondernemingen, net zoals dat in Vlaanderen en Noord-Italië het geval is.

Saudi Arabië, of liever de Saudische staat, werd daarentegen rijk omdat de politieke klasse olie verkocht aan buitenlandse bedrijven. De rijkdom is van een geheel andere aard dan die van Taiwan. Buiten het detecteren van bodemrijkdommen, en de ontginning en de verkoop ervan, is geen enkele innoverende activiteit gebeurd aldaar. Bovendien was die activiteit al begonnen door de kolonisator, en is zij na de onafhankelijkheid grotendeels gebeurd door buitenlandse bedrijven. Het enige dat de Saudische staat gedaan heeft, is het roven van deze rijkdommen door geweld.

Om het regime in stand te houden, werd de rijkdom verdeeld onder de leden van het regime, en ook onder de bevolking. In Saudi Arabië leeft iedereen in feite van een uitkering. Het enige verschil met de Sovjetunie is dat de uitkering een stuk hoger is. De gelijkenissen met de Sovjetunie zijn echter legio: de voornaamste vorm van persoonlijke carrière die men kan maken, is het opklimmen in de hierarchie van de staat. Het hoeft niet gezegd dat hoge morele kwaliteiten daarvoor niet op zijn plaats zijn.

De dominerende religie in Saudi Arabië sluit bij die mentaliteit heel goed aan. Het heet Wahabisme, en is een zeer fundamentalistische vorm van Islam. Vrouwen zijn bijvoorbeeld niet gerechtigd om met de auto te rijden, om maar te zeggen hoe ver en vijandig deze religie afstaat van het Westerse vrije denken, dat het ondernemen propageert, of het nu ter wille van de eigen persoonlijke ontwikkeling is, of ter wille van de eigen rijkdom. Een dergelijk verbod sluit de helft van de bevolking uit om zich te ontwikkelen, en is enkel mogelijk in een ideologische visie die vijandig staat tegen ontwikkeling, een visie die ook in het Westen soms door het groene gedachtengoed wordt gedragen. De socialistische visie verzet zich, toegegeven, niet tegen ontwikkeling, althans niet in woord, maar de praktijk laat helaas zien dat het socialistische pad ontwikkeling en beschaving stopt.

Niet enkel in Saudi Arabië bestaat er een communistische welvaartstaat waarbij de staat de meeste economische activiteit in handen houdt. Ook in Lybië is dit het geval. Lybië is weliswaar niet zo rijk als SA, maar niettemin toch het tweede rijkste land van Afrika. De burgers ondernemen er echter ook weinig economische activiteit, wat bijvoorbeeld bewezen wordt in de sector van de horeca, waar 80% van het personeel uit buitenlanders bestaat, omdat de burgers in de werkloosheidsval trappen. De hoge uitkeringen van de staat zijn immers interessanter dan het heft in eigen handen nemen. Ook in de andere Islamitische staten ziet men in meer of mindere mate hetzelfde fenomeen. Een belangrijke reden is dat in die staten de oliegrondstof een dominante economische grondstof is, zodat het voor een regime makkelijk is om het volk te controleren wanneer enkel maar die ene grondstof wordt gecontroleerd. De eeuwenlange traditie van despotie waarbij het volk de dictatuur gewoon is, vergemakkelijkt dit. In Taiwan bestaat geen dominante economische grondstof, wat het opbouwen van macht dus moeilijker maakt voor een despotisch regime. Men zou kunnen zeggen dat olierijkdommen daarom net noodlottig zijn voor de bevolking die er leeft.

Enige hoop moet men stellen in het opbouwen van een tweede grote economische sector, zoals toerisme, want voor een staat is het heel wat moeilijker om twee sectoren in grote mate te controleren. In Lybië, maar ook in het Midden-Oosten, kan het in de toekomst een bloeiende sector worden, en laten we dat hopen, want wanneer de olievoorraden uitgeput raken, of indien olie gewoon niet interessant meer is, zal de rijkdom van de Staat plotsklaps verdwijnen, net zoals de herverdeling. De bevolking, die nooit enige economische activiteit aan de dag heeft gelegd, zal spoedig verarmen.

Het Wahabisme, dat de praktijk van de niet-ontwikkeling koppelt aan een religieuze ideologie, wordt gepropageerd door de Saudische prinsen. Met het geld dat ze binnenkrijgen omdat ze erin slagen de voornaamste economische sector met geweld onder hun hoede te houden, subsidiëren ze terroristen en moskees, ook in het Westen, die deze ideologie verspreiden. Het is geen toeval dat de kapers op 11 september 2001 allen Saudi’s of Egyptenaren waren. Egypte is een land waar de beruchte Moslimbroederschap werd opgericht en veel aanhang heeft, met als doel het Wahabisme als staatsreligie ook in Egypte in te voeren. Ossama Bin Laden kreeg fondsen van de Saudische prinsen om zijn organisatie op poten te houden. Dit is staatsgeld, want het is verkregen door geweld.

Ook de Pakistaanse Staat, en vooral dan de geheime dienst ISI, is in ruime mate geïnfiltreerd door moslimfundamentalisten. Het is zeer waarschijnlijk dat de fundamentalistische geledingen van de Pakistaanse staat logistieke steun hebben verschaft aan de operaties van OBL in het naburige Afghanistan. Om dan nog te zwijgen van de steun van de VS aan fundamentalisten toen deze in de koude oorlog de Russen in Afghanistan bevochten, en van de Amerikaanse samenwerking met de Taliban die een belangrijke doorvoerregio van olie uit de Kaspische Zee controleerden.

De Westerse staten steunen Saudi Arabië en Pakistan omdat deze staten olie verkopen aan Westerse bedrijven, die een sterke lobbykracht hebben in het Westen. De Westerse publieke opinie zou zich echter beter realiseren dat deze twee staten de terrorismemeesters van deze wereld zijn, en de voornaamste schuldigen zijn. De steun aan beide regimes moet onmiddellijk worden stopgezet. Meer dan het ook duivelse Iran of vroeger Irak zijn het deze staten, openlijke bondgenoten van het Westen, die terrorisme actief steunen en in het Westen fundamentalistische moskees subsidiëren. Olie zullen zij sowieso wel verkopen, want anders bloeden ze leeg. De tijd dat ze doen wat ze willen, moet echter ophouden.

Dit zal veel meer uithalen dan een pleidooi voor het inperken van burgerrechten. Daar moet nu immers heel waakzaam mee worden omgesprongen. Ook als de politie goed gehandeld heeft in GB bij het neerschieten van de Braziliaan, moet dit kritisch worden bekeken. In tijden van crisis vergroot de staat haar macht immers. De EU pleit voor meer macht. Dit mag in geen geval gegeven worden. De EU is een zeer te wantrouwen ongecontroleerde bureaucratische instelling, die bovendien op een zeer centrale wijze opereert. Het viel te verwachten dat ze op dit moment uit de hoek komen.

UPDATE 1 augustus:

Koning Fahd is zopas overleden, en zijn halfbroer prins Abdullah is aangesteld tot nieuwe vorst. In de berichtgeving werd de rol van Koning Fahd benadrukt in het met staatsgeld steunen van de fundamentalistische ideologie.

1 comment:

fcal said...

'...In Saudi-Arabië hoeft men slechts één van de vele prinsen te kennen om zich te bevrijden van een verkeersboete. '

Dit gaat eveneens op voor Wallonië, waar de plaatselijke en andere particratie-prinsen kennissen vrijwaren van dit ongemak.